De kwaliteit van de vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) schiet tekort, stelt de Onderwijsinspectie in een onderzoeksrapport. De bevindingen onderstrepen het pleidooi van de VNG om gemeenten meer regie te geven bij het VVE-beleid.

Minister Asscher wil de instellingen juist nog meer eigen verantwoordelijkheid geven, terwijl het rapport van de Inspectie aantoont dat de kwaliteit ter discussie staat.

Doelgroep VVE

Het opleidingsniveau van ouders is op zich onvoldoende criterium om te bepalen welke kinderen VVE moeten krijgen, stelt de Inspectie. De VNG is het daarmee eens.

In de meeste gemeenten doet de JGZ de screening en indicatie, maar de JGZ mag gegevens vanwege privacywetgeving niet zonder toestemming van ouders doorspelen aan gemeenten, peuterspeelzalen of kinderdagverblijven. Dat maakt het lastig te bepalen voor welke kinderen VVE belangrijk is.

Kwantitatief en kwalitatief voldoende aanbod

Gemeenten zijn sinds 2010 verplicht om te zorgen voor voldoende en kwalitatief goed aanbod voor alle kinderen met (risico op) een taalachterstand. Grote gemeenten hadden al een VVE-aanbod, voor kleine gemeenten was het nieuw.

Gemeenten hebben zich in eerste instantie gericht op het regelen van voldoende plaatsen. De krimp in de kinderopvang door bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag heeft echter ook gevolgen voor de capaciteit in de VVE.

Extra budget

Het kabinet heeft alleen in de 37 grootste gemeenten extra budget beschikbaar gesteld (vanaf 2012) om de kwaliteit van het onderwijsachterstandenbeleid te vergroten. Dat heeft nu ook effect. Maar de overige gemeenten moeten het zonder extra geld doen: het kan niet anders dat daardoor de verwachtingen over kwaliteitsverbetering naar beneden moeten worden bijgesteld.

VVE-verbeterplannen

De VNG heeft overigens in samenwerking met de Onderwijsinspectie het afgelopen half jaar ruim honderd gemeenten getraind in het maken van VVE-verbeterplannen. In het najaar volgt nog een serie.

Pleidooi VNG

Samen met de ‘Kopgroep wethouders voor Kindcentra’ wil de VNG een einde maken aan de versnippering van de voorzieningen voor opvang en onderwijs voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Ons voorstel: geef gemeenten de verantwoordelijkheid voor een gratis aanbod van twee à vier dagdelen in een voorschoolse voorziening voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar (te regelen in de Wet kinderopvang).

Integrale basisvoorziening

De VNG wil verder de mogelijkheden onderzoeken voor een nieuw en eenduidig stelsel voor opvang en onderwijs, met als uitgangspunt een integrale basisvoorziening voor álle kinderen van 0-12 jaar. Met een integrale basisvoorziening kunnen gemeenten veel meer doen aan de kwaliteit van de VVE en daar ook echt op sturen, ook bij het basisonderwijs waar dat nu nog niet kan. Dat zou een flinke stap vooruit zijn. Gemeenten willen daar graag mee aan de slag.

Bron :