Gemeentelijke taak kinderopvang voor doelgroepen verandert

De gemeentelijke taak bij de Wet kinderopvang verandert. Dat is een uitvloeisel van bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag voor doelgroepouders.

Deze maatregelen gaan volgend jaar in. De wetswijziging is onlangs gepubliceerd in de Staatscourant.

Wat er verandert
De belangrijkste wijziging is dat gemeenten vanaf 2013 niet meer het werkgeversdeel van de kinderopvangtoeslag voor doelgroepen uitkeren. Deze taak wordt overgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen. De middelen die hiervoor in het gemeentefonds zaten, worden daar per 1 januari 2013 uitgehaald.

Ledenbrief
De VNG heeft een ledenbrief opgesteld om gemeenten over de wetswijziging en de gevolgen daarvan te informeren.

Samenvatting

Ingaande 2013 heeft het Kabinet een aantal bezuinigingsmaatregelen genomen ten aanzien van de kinderopvangtoeslag voor doelgroepouders. De maatregelen hebben gevolgen voor de huidige gemeentelijke taak voor de doelgroepen in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (verder de Wet kinderopvang). De wijziging van de wet is onlangs in de Staatscourant gepubliceerd.

De belangrijkste wijziging is dat de taak die gemeenten sinds 2005 hebben om het werkgeversdeel van de kinderopvangtoeslag voor gemeentelijke doelgroepen uit te keren vanaf 2013 wordt overgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen. De middelen die voor deze taak in het gemeentefonds zijn gestort worden per 1 januari 2013 uit het gemeentefonds gehaald.

In deze ledenbrief informeren wij gemeenten over de wetswijziging en de gevolgen voor de taak van gemeenten.

 

Ledenbrief

Wijziging doelgroepen Wet kinderopvang en kwaliteit peuterspeelzalen

 

Geacht college en gemeenteraad,

 

Ingaande 2013 heeft het Kabinet een aantal maatregelen genomen ten aanzien van de kinderopvangtoeslag voor doelgroepouders. De maatregelen hebben gevolgen voor de huidige gemeentelijke taak voor de doelgroepen in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (verder de Wet kinderopvang). De wijziging van de wet is onlangs in de Staatscourant gepubliceerd. In deze ledenbrief informeren wij gemeenten over de wetswijziging en de gevolgen voor de taak van gemeenten.

 

Inleiding

Doelgroepouders zijn ouders die niet werken, doch aanspraak maken op kinderopvangtoeslag omdat zij deelnemen aan een traject naar werk, een studie volgen of als verplichte inburgeraar een inburgeringscursus volgen bij een geregistreerde instelling. Deze doelgroepouders ontvangen op dit moment een deel van de kinderopvangtoeslag, de zogenoemde vaste voet, van de gemeente of het UWV. De Belastingdienst/Toeslagen keert deze vaste voet uit voor werknemers en zelfstandigen. De uitkering van het zogenaamde rijksdeel van de kinderopvangtoeslag vindt sinds de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 plaats door de Belastingdienst/Toeslagen.

In het kader van de bezuinigingsmaatregelen van het Kabinet voor de kinderopvang wordt vanaf 2013 de vaste voet in de kinderopvangtoeslagentabel voor het eerste kind inkomensafhankelijk en bouwt af naar een toeslag van 0% voor de inkomens vanaf 118.000 euro.

 

Gevolgen wetswijziging

Aangezien het UWV en de gemeenten niet beschikken over de vereiste inkomensgegevens, wordt de uitbetaling van de volledige toeslag voor doelgroepouders vanaf 2013 door de Belastingdienst/Toeslagen gedaan. De Belastingdienst/Toeslagen zal dus vanaf januari 2013 de gehele toeslag uitkeren voor zowel werkende als doelgroepouders. Het budget voor de uitkeringslasten wordt uit het gemeentefonds gehaald.

Voor werkende ouders geldt sinds 2012 dat het recht op kinderopvangtoeslag is gekoppeld aan de gewerkte uren.

Voor doelgroepouders is in de gewijzigde wet een grondslag opgenomen om de koppeling kinderopvangtoeslag – aantal trajecturen mogelijk te maken. Vanwege de ingrijpende consequenties voor de uitvoeringssystematiek zal de urenkoppeling gefaseerd worden ingevoerd.

De eerste stap is dat vanaf 2013 de duur van het recht op kinderopvangtoeslag voor doelgroepouders wordt beperkt tot de maanden waarin de doelgroepouder daadwerkelijk een traject naar werk, een studie of verplicht een inburgeringscursus volgt. In de trajectmaanden bouwt een doelgroepouder per maand, ongeacht het gebruik van kinderopvang, 230 uur aan toeslagrechten op. Dat betekent dat een ouder die minder dan het maximale aantal uren kinderopvang per maand gebruikt een buffer opbouwt voor de maanden na afloop van het traject.

De opgebouwde rechten zijn overigens uitsluitend in hetzelfde jaar te gebruiken. In volgende jaren is het mogelijk dat via een Algemene Maatregel van Bestuur de urenkoppeling alsnog wordt ingevoerd.

 

In opdracht van de minister van SZW heeft het Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten (KING) een impactanalyse gemaakt met betrekking tot de ICT en procesgevolgen van het wetsvoorstel voor gemeenten. Lees verder het rapport ….

De wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is in de Staatscourant gepubliceerd, zie http://www.vng.nl/eCache/DEF/1/16/597.html

 

Nieuwe taken gemeente

Informatieplicht aan de Belastingdienst

Voor de vaststelling van de volledige toeslag door de Belastingdienst/Toeslagen dienen gemeenten, UWV en DUO te melden wie doelgroepouder is en welke periode deze ouder deel neemt aan een traject naar werk.

Het gaat om de volgende gegevens:

1. Gemeentecode: het 4-cijferige gemeentenummer is gebaseerd op de CBS-codelijst Nederlandse Gemeenten en bevat de code van de gemeente die het re-integratietraject bekostigt en uitvoert dan wel uitbesteedt.

2. BSN van de doelgroepouder.

3. Registratienummer van het traject, het unieke nummer dat door de gemeente aan één traject wordt toegekend. Eén BSN kan meerdere trajecten hebben die elk afzonderlijk kenbaar gemaakt worden.

4. Datum aanvang traject: de datum per wanneer de eerste voorziening gericht op arbeidsinschakeling binnen een traject, wordt ingezet.

5. Datum einde traject: de datum per wanneer de gemeente alle re-integratieactiviteiten voor de klant besluit te beëindigen. Optioneel, dit veld kan leeg zijn wat betekent dat het traject nog loopt.

 

Voor gemeenten is het Inlichtingenbureau ingeschakeld om alle gegevens te verzamelen in één bestand. Iedere gemeente dient de informatie periodiek, per kwartaal aan het Inlichtingenbureau te verstrekken, die het vervolgens tot één overzicht comprimeert en aan de Belastingdienst/Toeslagen verstuurt.

 

KING heeft met de softwareleveranciers besproken dat zij tijdig zorg dragen voor een voorziening in de softwarepakketten waarmee gemeenten de informatiebestanden kunnen aanleveren aan het Inlichtingbureau.

 

In de voorziening worden naast bovenstaande gegevens optioneel de registratie mogelijkheden voor de eventueel toekomstige urenkoppeling opgenomen.

De kosten van de nieuwe voorziening in de softwarepakketten zullen naar verwachting door de leveranciers bij de gemeente in rekening worden gebracht.

De gemeente levert het bestand aan het Inlichtingbureau in een bericht gebaseerd op Stuf 3.10.

Dit is de gemeentelijke standaard berichtvoering. KING is, als beheerder van de standaard, verantwoordelijk voor het opstellen van het bericht.

 

De bestanden moeten 4 x per jaar via het Inlichtingbureau bij de Belastingdienst worden aangeleverd, te weten op:

1 januari – 1 april – 1 juli – 1 oktober.

De eerste aanlevering vindt plaats op 1 januari 2013 van de op die datum lopende trajecten. Het bestand dat de gemeente vervolgens per de 1e van elk volgend kwartaal aanlevert bevat de gegevens van de doelgroepouders die in de afgelopen 3 maanden een traject volgden.

De softwareleveranciers zullen zorg dragen voor instructies voor het maken van de kwartaalbestanden.

 

Wij vragen gemeenten uitdrukkelijk aandacht voor het grondig inregelen van het proces van het correct en actueel registreren van de gegevens van de doelgroepouders. Voor de juiste uitbetaling van de kinderopvangtoeslag is de Belastingdienst/Toeslagen afhankelijk van de informatievoorziening van de gemeente. Het niet correct en actueel registreren van de informatie kan doelgroepouders voor financiële problemen plaatsen.

 

Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de bestanden bij het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingbureau zal dit niet bij gemeenten afdwingen.

Het vraagt van gemeenten ook alertheid om cliënten in een re-integratietraject te wijzen op de mogelijkheden van het (tijdig) aanvragen van een kinderopvangtoeslag. De aanvraag moet bij de Belastingdienst/Toeslagen worden ingediend vóór de maand of uiterlijk in de maand waarop het recht op kinderopvangtoeslag bestaat. De Belastingdienst kent géén terugwerkende kracht meer voor de toeslagaanvragen. Ook bij beëindiging van het traject moet de gemeente erop toezien dat de doelgroepouder de Belastingdienst hierover informeert.

 

Wij adviseren gemeenten:

· Intern een verantwoordelijke aan te wijzen voor de tijdige aanlevering van de registratiebestanden aan het Inlichtingbureau

· In de registratie zoveel mogelijk de start- èn de einddatum van het traject op te nemen.

Met een open einddatum spreidt de Belastingdienst de betaling van de kinderopvangtoeslag namelijk over het hele jaar.

 

Verklaring doelgroepouder

De doelgroepouder dient een verklaring als bewijsstuk voor de Belastingdienst/Toeslagen te ontvangen waarin is aangegeven welke maanden men deelneemt aan een traject naar werk.

 

Deze verklaring dient de gemeente af te geven voor de doelgroepouder die aan een traject naar werk van de gemeente deelneemt.

In de verklaring dienen de volgende gegevens te worden opgenomen:

  • · BSN
  • · Startdatum re-integratietraject
  • · Einddatum re-integratietraject

De VNG maakt hiervoor geen modelverklaring.

Indien er tussentijds iets wijzigt in de duur van het traject moet de verklaring worden ingetrokken en dient de doelgroepouder een nieuwe verklaring te ontvangen.

 

Aanvullende compensatie doelgroepouders (KOA-kopje)

Het uitkeren van de aanvullende compensatie van de eigen bijdrage voor doelgroepouders (KOA kopje) blijft een taak voor de gemeente. Gemeenten hebben, anders dan nu, de vrijheid om de compensatie al dan niet te verlenen en kunnen zelf de omvang daarvan bepalen. Er worden dus geen wettelijke compensatiepercentages meer vastgelegd. De middelen voor het KOA kopje blijven in het Gemeentefonds, ca. 4,8 miljoen.

 

Sociaal medische indicatie

De uitvoering van de niet-wettelijke SMI regeling blijft ook na 2012 ongewijzigd. De gemeente kan hier eigen beleid op blijven voeren. Voor de uitvoering zit ca. 28 miljoen in het Gemeentefonds.

 

Overigens is de VNG met het ministerie van SZW in overleg om de huidige uitwerking van de SMI regelingen in gemeenten tegen het licht te houden. Dit heeft te maken met Kamervragen aan de minister, maar ook met signalen die de VNG bereikten over knelpunten van gemeenten bij de uitvoering van de regeling. Wij informeren u binnenkort verder via www.vng.nl Voor uitvoering van de doelgroepfinanciering van de Wet kinderopvang hebben wij indertijd een VNG modelverordening gemaakt. De artikelen die betrekking hebben op de wettelijke doelgroepen vervallen bij inwerkingtreding van de wetswijziging op 1 januari 2013 van rechtswege.

Voor de SMI artikelen kunt u de verordening in stand houden.

 

Financiën

In 2005 is er bij de invoering van de Wet kinderopvang een budget van € 24,3 mln. toegevoegd voor de uitbetaling van de vaste voet voor doelgroepouders. Inmiddels is dit bedrag inclusief latere toevoegingen en accres gegroeid tot € 40 mln. Dit budget wordt met ingang van 2013 uit het gemeentefonds gehaald. De uitname wordt in de septembercirculaire van het Ministerie van BZK opgenomen en toegelicht.

De middelen voor het KOA kopje blijven in het Gemeentefonds, ca. 4,8 miljoen. Hetzelfde geldt voor de ca. 28 miljoen voor de uitvoering van SMI.

Communicatie

Het ministerie van SZW en de Belastingdienst zullen ouders via verschillende media informeren over de wetswijziging. O.a. op www.rijksoverheid.nl en www.belastingdienst.nl verschijnt binnenkort publieks informatie. De huidige doelgroepuders ontvangen van het ministerie ook een factsheet. De Belastingdienst/Toeslagen stuurt de ouders in december a.s. de voorlopige beschikking voor de kinderopvangtoeslag 2013 met een wijzigingswijzer.

De kinderopvangondernemers worden via de brancheorganisaties geïnformeerd. Voor zover uw gemeente in de huidige situatie voor doelgroepouders plaatsen inkoopt bij kinderopvangondernemers dient u de inkooprelatie per 1-1-2013 stop te zetten.

Het ministerie van SZW informeert gemeenten verder via de verzamelbrief die over enkele weken wordt verstuurd. Verder wordt op www.gemeenteloket.nl een factsheet van het ministerie geplaatst. Gemeenten wordt gevraagd de doelgroepouders ook zelf te informeren over de wetswijziging. Wij raden daarbij aan om de ouders erop te wijzen dat zij de beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen voor 2013 checken op correctheid voor de situatie in 2013.

Hoogachtend,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder brieven.

Bron : http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=117132

Deel dit artikel
%d bloggers liken dit: