Brancherapportage Kinderopvang 2013 – nuttig ? zinvol ?

De Brancheorganisatie heeft recent vol trots haar eerste brancherapport openbaar gemaakt. Doel van het rapport is om informatie te verstrekken over de branche en weer te geven wat de gevolgen zijn van de vraaguitval als gevolg van de wijzigingen door de overheid. De Brancheorganisatie Kinderopvang wenst dat uw kennis en inzicht over de kinderopvangsector wordt verrijkt bij het lezen van dit eerste brancherapport van de sector.

Vanaf pagina 25 worden de financiën toegelicht en diverse cijfers verstrekt zoals de verwachting voor 2013, bedrijfskosten over 2012 en toelichting over diverse kengetallen. Levert dit de kennis en inzicht op die u mag verwachten ?

Klasses

In het rapport wordt er onderscheid gemaakt op basis van de omzet, namelijk < 1 miljoen , 1-3 miljoen, > 3 miljoen en het gemiddelde. Gezien de variëteit aan de soorten rechtspersonen (eenmanszaak – VOF – BV – stichting) in de sector een wat vreemde keus.

Organisaties met omzet tot < 1 miljoen zullen een zeer hoog percentage eenmanszaken/VOF bevatten, terwijl deze in de overige omzetklasses niet of nauwelijks voorkomen. Deze eenmanszaken/VOF betalen geen salaris aan de eigenaar/firmant (de winst is hun belastbaar inkomen), dus het resultaat is niet vergelijkbaar met een BV of Stichting (met daadwerkelijke salaris aan DGA/bestuurders).

Kengetallen

Nu wordt keurig bij ieder kengetal een toelichting verstrekt over definitie, helaas niet geheel zorgvuldig.

Zo wordt de Rentabiliteit op bladzijde 26 gedefinieerd als :

(Toevoeging eigen vermorgen X 100%) / (Omzet + overige opbrengsten + subsidies)

terwijl het Begroot nettoresultaat op bladzijde 27 wordt gedefinieerd als:

(Toevoeging eigen vermogen X 100 %) / (Omzet + overige opbrengsten + subsidies)

Ziet u het verschil ?

Waarschijnlijk zal in het laatste geval bedoeld zijn :

(Netto resultaat X 100 %) / (Omzet + overige opbrengsten + subsidies)

Nu kan het het “netto resultaat” gelijk zijn aan de “toevoeging eigen vermogen”, maar is dat niet perse noodzakelijk. De “toevoeging eigen vermogen” bij eensmanszaken/VOF/CV is eigenlijk het salaris van de eigenaar/firmant. Daarbij is het netto resultaat bij een BV na aftrek van vennootschapsbelasting, terwijl deze bij een eenmanszaak/VOF voor belasting EN betaling salaris eigenaar is.

Nettorerultaat

Het begroot nettoresultaat wordt weergegeven in een tabel, waarbij helaas geen legenda is opgenomen met de werkelijke percentages. Visueel wel leuk maar om te zien, maar om te weten wat de percentages zijn, zal u een inschatting moeten maken, onze gok :

  • Organisaties met omzet < 1 miljoen +/- 21 %
  • Organisaties omzet 1 – < 3 miljoen +/- 0,25 %
  • Organisaties omzet > 3 miljoen +/- 0,5 % negatief
  • Gemiddelde branche +/- 8 %

Vervolgens wordt dit ook in een absoluut bedrag weergegeven (figuur 4.5). Bij organisaties met omzet > 3 miljoen zou dat netto resultaat circa € 70.000 in 2013 zijn. Dus de gemiddelde lezer zal de (foute) conclusie trekken dat het (negatieve) netto resultaat bij een organisatie met 5 miljoen omzet OF 10 miljoen omzet OF 100 miljoen omzet gelijk is. Visueel leuk, maar niet echt zinvol.

Bedrijfslasten

Hierna wordt een overzicht van diverse lasten weergegeven. Deze worden uitgedrukt als een percentages van de “totale bedrijfskosten” of “totale bedrijfslasten” of de “totale bedrijfslasten 2012”. We zullen er maar van uitgaan dat alles dus bedoeld wordt de “totale bedrijfslasten 2012”. Eveneens een wat vreemde keus, waarom niet als percentage van de totale omzet/opbrengsten?

Om inzicht te krijgen is het belangrijk om te weten of de “totale bedrijfslasten” 90 % of 110 % van de omzet/opbrengsten is. In eerste geval een positief resultaat, in tweede geval een negatief resultaat.

Daarbij zal bij een dalende omzet het procentuele aandeel van de totale bedrijfslasten sterk kunnen wijzigen, terwijl de onderlinge verhouding binnen die totale bedrijfslasten nagenoeg gelijk kan blijven.

Dit is te illustreren met een klein voorbeeldje :

Jaar 1 Jaar 2
absoluut relatief absoluut relatief
Opbrengsten € 100 100,00% € 90 100,00%
Totale bedrijfslasten € 90 90,00% € 85 94,44%
Resultaat voor belasting € 10 10,00% € 5 5,56%
Personeelskosten € 70 77,78% € 66 77,65%
Afschrijvingen € 4 4,44% € 4 4,71%
Overige kosten € 16 17,78% € 15 17,65%
Totale bedrijfslasten € 90 100,00% € 85 100,00%

De onderlinge verhouding in aandeel van de totale bedrijfslasten is nagenoeg ongewijzigd, terwijl dit in aandeel van de omzet/opbrengsten wel behoorlijk wijzigt.

Zetten we deze percentages uit het rapport in een tabel, dan blijkt dat niet alle kosten verantwoord zijn. (de post “huisvesting” is opgenomen in de “totaal overige bedrijfslasten”)

    < 1 mil 1-3 milj > 3 milj gemiddeld
           
arbeidskosten   62,00 68,00 69,00 66,00
overige personeelskosten   4,30 3,00 4,60 4,00
inhuur personeel   3,58 0,63 1,34 1,94
afschrijvingen   3,60 3,80 4,20 3,90
totaal overige bedrijfslasten (incl huisvesting)   19,40 19,70 21,40 20,20
huisvestingskosten   10,30 11,20 13,10 11,50
overige bedrijfslasten   9,10 8,50 8,30 8,70
           
totaal bedrijfslasten   92,88 95,13 100,54 96,04
           
Verschil – niet verantwoord   7,12 4,87 -0,54 3,96
           
totaal   100,00 100,00 100,00 100,00
           

Om de cijfers te controleren hebben we de (gemiddelde) CBS-cijfers over de jaren 2008 tot en met 2011 van de branche ernaast gezet (zie onderstaand overzicht).

  in %   in %
    tot bedrijfslasten   tot bedrijfslasten
         
        2008 tm 2011
    gemiddeld   gemiddeld
    brancherapport   *gegevens CBS
         
         
arbeidskosten   66,00   67,07%
overige personeelskosten   4,00   3,17%
inhuur personeel   1,94   1,44%
afschrijvingen   3,90   3,76%
totaal overige bedrijfslasten   20,20   24,57%
         
totaal bedrijfslasten   96,04   100,00%
         
Verschil – niet verantwoord   3,96   0
         
totaal   100,00   100,00

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er bij de post “totaal overige bedrijfslasten” een behoorlijk verschil tussen de verschillende cijfers zit, bijna gelijk aan het “verschil – niet verantwoord” gedeelte uit het rapport van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Resultaat voor belasting

Wij hebben de cijfers van het CBS (jaren 2008 tot en met 2011) voor u op een rijtje gezet . Hierbij wordt wel opgemerkt dat dit een samenvoeging van diverse soorten rechtspersonen (BV, eenmanszaak, stichting etc) en divere soorten opvang (kdv, bso, psz, gastouder).

    2008 2009 2010 2011 gemiddeld
             
omzetten   100,00% 100,00% 100,00% 100,00% 100,00%
             
arbeidskosten   61,35% 61,61% 61,92% 63,13% 62,06%
overige personeelskosten   2,48% 2,53% 2,81% 3,75% 2,93%
inhuur personeel   1,66% 1,51% 1,22% 1,03% 1,33%
afschrijvingen   2,90% 3,10% 3,68% 4,05% 3,48%
huisvestingskosten            
overige bedrijfslasten   23,58% 21,84% 22,90% 22,72% 22,73%
             
totaal exploitatie lasten   91,96% 90,60% 92,52% 94,68% 92,52%
             
bedrijfsresultaat   8,04% 9,40% 7,48% 5,32% 7,48%
             
bijzondere baten/lasten   0,25% 0,33% 0,17% 1,49% 0,59%
             
Resultaat voor belastingen   7,79% 9,07% 7,31% 3,84% 6,89%
             
             
Verdeling in % tot bedrijfslasten
           
arbeidskosten   66,71% 68,01% 66,92% 66,68% 67,07%
overige personeelskosten   2,69% 2,79% 3,03% 3,97% 3,17%
inhuur personeel   1,81% 1,66% 1,32% 1,08% 1,44%
afschrijvingen   3,16% 3,43% 3,98% 4,28% 3,76%
totaal overige bedrijfslasten   25,64% 24,11% 24,75% 23,99% 24,57%
             
    100,00% 100,00% 100,00% 100,00% 100,00%
             
 Bron : CBS - bewerkt door Werkeninkinderopvang.nl

Dat het resultaat voor belasting in 2012 en 2013 verder gedaald zou zijn is geen verrassing. Het was zinvol geweest als de Brancheorganisatie dit had weergegeven in het onderdeel Financiën.

Conclusie :

Het onderdeel “Financiën” in het Brancherapport (blz 25-33) roept veel vragen op en voegt niet veel toe aan al bestaand cijfermateriaal, zoals van het CBS of het sectorrapport van Waarborgfonds Kinderopvang.

  • Levert het kennis of inzicht op over de branche ? Nee !
  • Levert het kennis of inzicht op over de brancheorganisatie ? Ja, maar of dat nu echt positief is.

Al met al een ongetwijfeld goedbedoeld, maar nogal amateuristisch concept van vermoedelijk een stagiaire. Terwijl de brancheorganisatie wil staan voor kwaliteit, professionaliteit, continuïteit en duurzaamheid in de kinderopvang in de breedste zin van het woord.

Wilt u een beter cijfermatig inzicht over de financiën in de sector ? Lees dan het sectorrapport van het Waarborgfonds Kinderopvang of bekijk de cijfers van het CBS.

 

 

[yop_poll id=’4′]