Overheid had dakloze moeder met baby moeten helpen

De Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman hebben een klacht van een jonge vrouw met een baby die niet in een gezinslocatie voor uitgeprocedeerde gezinnen met kinderen welkom was, gegrond verklaard. De overheid had zich in moeten spannen om geschikte opvang te vinden. Defence for Children is geschrokken van het voorval en hoopt dat nu voor eens en altijd duidelijk is dat de overheid ouders moet bijstaan als zij hun kinderen geen dak boven hun hoofd kunnen bieden.

In april 2012 klopte een jonge vrouw met een pasgeboren baby aan bij de gezinslocatie in Katwijk. Ze was haar huis ontvlucht vanwege huiselijk geweld. In de gezinslocatie verbleven haar ouders en jongere broer en de vrouw hoopte dat ze even bij hen mocht blijven. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zei dat ze na afloop van de bezoektijd om 21.30 uur het gebouw moest verlaten en dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) over de plaatsing ging. Die procedure zou enige dagen in beslag nemen. Na afloop van de bezoektijd heeft het COA aan de familie meegedeeld dat ze de regels overtraden door hun dochter te laten logeren en dat ze een boete zouden krijgen. Rond middernacht is de vrouw en haar baby op gehaald door een taxi en naar een vrouwenopvang gebracht. Volgens het COA zijn de vrouw en de baby daarmee niet op straat gezet en maar zijn zij vrijwillig vertrokken. De vrouw had niet aan COA en DT&V verteld dat ze was gevlucht voor huiselijk geweld.

Regels of maatschappelijke verantwoordelijkheid?
De Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman wijzen in hun oordeel op de verantwoordelijkheid van de overheid om ouders te helpen als zij zelf niet kunnen instaan voor de bescherming en zorg voor hun kind. Ze baseren zich daarbij op verschillende artikelen in het Kinderrechtenverdrag waarin die verantwoordelijkheid van de overheid is vastgelegd.
In dit geval hadden het COA en de DT&V samen voor opvang moeten zorgen als zij van mening waren dat de plaatsing op de gezinslocatie niet aan de orde was. De Ombudsmannen vinden ook dat het COA en de DT&V meer moeite hadden moeten doen om er achter te komen waarom de vrouw zo in nood was. Ook de opvatting dat de vrouw zelfstandig is vertrokken, delen de Ombudsmannen niet. Omdat het COA de vrouw duidelijk te kennen had gegeven dat ze niet mocht blijven en vanwege de opgelegde boete, is het voorstelbaar dat zij het zo ervoer dat ze verwijderd werd uit de opvanglocatie. Zij had immers geen andere keuze.

Beterschap beloofd
De Ombudsmannen concluderen dat ‘de handelingswijze van het COA en de DT&V niet in overstemming is geweest met het Kinderrechtenverdrag en de behoorlijkheidsvereisten van maatwerk en samenwerking’. Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie heeft laten weten dat er lering is getrokken uit de zaak en dat COA en DT&V voortaan beter zullen samenwerken bij verzoeken om opvang.

Defence for Children hoopt dat het nu voor eens en altijd duidelijk is voor alle overheidsdiensten dat een ouder en kind in nood nooit aan hun lot overgelaten mogen worden en dat zij samen moeten werken om een oplossing te zoeken.

Lees hier het rapport van de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman.

Bron : http://www.defenceforchildren.nl/p/140/3406/mo233-m80/-overheid-had-dakloze-moeder-met-baby-moeten-helpen

Deel dit artikel