Lijst van vragen begrotingsstaten Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2015

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft naar aanleiding van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2015, de navolgende vragen ter beantwoording aan de regering voorgelegd.

Nr Vraag
1 Kunt u aangeven welke concrete acties er in 2015 genomen worden om uitvoering te geven aan de acties uit het Techniekpact?
2 Wat zijn de doelstellingen en prioriteiten op het gebied van de preventie van gehoorschade op de werkvloer (al dan niet in het kader van duurzame inzetbaarheid)?
3 Welke activiteiten worden op het gebied van de preventie van gehoorschade ondernomen?
4 Hoe gaat u om met de constatering van de OESO1 dat cao-aanvullingen een belemmering zijn voor de arbeidsmarkt?
5 Wat is belangrijker: het vergroten van de welvaart of het verdelen van de welvaart?
6 Kunt u een overzicht geven van alle inkomensregelingen die er nu zijn?
7 Wat was de werkloosheid de afgelopen 5 jaar (per maand) volgens de internationale definitie?
8 Hoeveel procent van de alleenstaande ouders heeft een uitkering?
9 Welke gemeentelijke projecten zijn voor de periode 2014/2015 in het kader van de ESF-gelden2ingediend?
10 Hoe verklaart u dat uit de meest recente cijfers van het CBS3 is gebleken dat de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag grotendeels zijn toe te schrijven aan gebruik door de hogere inkomens, terwijl de kinderopvangtoeslagtabel inkomensafhankelijk is?
11 Klopt het, op basis van de laatste zin van paragraaf 2.1.1.1, dat u van mening bent dat een verdere hervorming van de arbeidsmarkt niet nodig is? Zo ja, hoe beoordeeld u dan de aanbevelingen van de WRR4 in het rapport «naar een lerende economie» op het gebied van de benodigde flexibilisering van de arbeidsmarkt?
12 Kunt u aangeven of de werkgevers en werknemers in het land het gesloten sociaal akkoord nog steunen, nu blijkt dat werkgevers huiverig zijn om personeel een vast contract aan te bieden door de grote risico’s die de werkgever draagt ten aanzien van loondoorbetaling bij ziekte etc.?
13 Kunt u aangeven wanneer u uitvoeringstoetsen aanvraagt en wanneer niet?
14 Op welke wijze dragen de wetten rond de decentralisaties ertoe bij, dat iedereen een kans op goed werk krijgt?
15 Hoe weet u dat door de Wet werk en zekerheid5 de doorstroom van flexibele naar vaste contracten wordt vergroot? Welke cijfers liggen hier onder?
16 Kunt u aangeven in hoeveel procent van de cao’s6 afspraken zijn gemaakt over duurzame inzetbaarheid? Wat is de trend in de afgelopen 5 of 10 jaar?
17 Wanneer ontvangt de Kamer de uitkomst van de businesscases die laten zien hoe het economisch rendabel is om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen?
18 Hoe verloopt de vorming van werkbedrijven? In welke regio’s komt de vorming van werkbedrijven onvoldoende van de grond?
19 Waarom is het wetsvoorstel om het pensioenvermogen van zelfstandigen uit te zonderen van de middelentoets in de bijstand te laat? Wanneer komt dit wetsvoorstel?
20 Wat wordt precies bedoeld met de zinsnede «waar nodig zet het kabinet nog een tandje bij»? Wordt hier gedoeld op mogelijke aanvullende middelen voor de sectorplannen en het beleid gericht op jongeren en ouderen?
21 Wat is de definitie van «geholpen» als er gesteld wordt dat 185.000 mensen geholpen zijn door de 1e tranche van de sectorplannen?
22 Kunt u aangeven welke maatregelen op de middellange termijn de arbeidsmarkt versterken (bij de sectorplannen)?
23 Hoeveel banen hebben de sectorplannen opgeleverd?
24 Hoeveel banen heeft de aanpak Jeugdwerkloosheid opgeleverd? Hoeveel jongeren zijn er vorig jaar exact aan het werk gekomen?
25 Hoe hoog is het gebruik van de premiekorting jongeren? Wat is de bekendheid van deze regeling onder werkgevers?
26 Hoeveel nieuwe banen zijn er door de sectorplannen reeds ontstaan en hoeveel nieuwe banen zullen er hierdoor in 2015 ontstaan?
27 Kan de regering een nadere specificatie geven van de 185.000 mensen die in 2014 met de sectorplannen geholpen zijn? Om welke sectoren gaat het en waaruit bestaat de hulp?
28 Wat is de samenstelling van het Actieteam Crisisbestrijding? Wat gaat het concreet doen? Wat is de bijdrage van het Ministerie van SZW?7
29 Wat is de gemiddelde duur van de werkloosheid in de leeftijdsgroepen van 50–55 jaar, 55–60 jaar, 60–65 jaar en > 65 jaar? Hoeveel werklozen kennen deze leeftijdsgroepen op dit moment?
30 Hoe vaak is tot dusver gebruik gemaakt van de premiekorting voor werkloze jongeren?
31 Is de premiekorting jongeren ook van toepassing op jongeren die wel al enkele maanden werkzoekend, maar niet-uitkeringsgerechtigd zijn?
32 Klopt het dat in de VS8 twee keer zoveel baanwisselingen plaatsvinden als in Nederland en in het VK9zelfs drie keer? Heeft u enig idee waardoor Nederland zoveel afwijkt van de VS en het VK?
33 Welke rol ziet u voor de O&O-fondsen10 bij het bevorderen van de intersectorale mobiliteit?
34 Wat gaat u doen om de intersectorale mobiliteit te vergroten?
35 Op welke wijze zorgen bewegingen en dynamiek op de arbeidsmarkt voor het oplossen van werkloosheid? Levert dit nieuwe banen op?
36 Wat zijn de voorwaarden om gebruik te maken van proefplaatsingen?
37 Welke budgettaire gevolgen heeft (uitbreiding van) het instrument proefplaatsingen?
38 Kunt u een kwantitatieve schets geven van de ontwikkeling van de intersectorale mobiliteit in de periode 1995–2014?
39 Wat zijn de oorzaken van de in internationaal opzicht lage intersectorale arbeidsmobiliteit in Nederland?
40 Welke beleidsmogelijkheden ziet u om de intersectorale arbeidsmobiliteit structureel te vergroten?
41 Kunt u inzicht bieden hoe de arbeidsmobiliteit van Nederlandse werknemers zich tussen 1980 en nu heeft ontwikkeld? Kunt u dit verder uitsplitsen naar mobiliteit binnen sectoren alsmede tússen sectoren?
42 Kunt u aangeven hoe hoog de kosten op arbeid in Nederland zijn in vergelijking met de ons omringende landen?
43 Welke van de in het schema op bladzijde 15 genoemde maatregelen zijn structureel?
44 Worden aanvragen voor sectorplannen die breder zijn of niet specifiek gericht zijn op het bevorderen van werk naar werk of van werkloosheid naar werk door om- en bijscholing allemaal afgewezen?
45 Welk deel van het budget van de derde tranche sectorplannen wordt gebruikt voor het financieren van de brug-WW? Of is hier sprake van een aanvulling van de middelen voor de sectorplannen vanuit het budget voor de WW?
46 De derde tranche van de sectorplannen gaat zich specifiek richten op het bevorderen van van-werk-naar-werk. Waar waren de eerste twee tranches op gericht?
47 Hoe ziet de brug-WW er concreet uit? Wanneer komt dit wetsvoorstel naar de Kamer? Waarom wordt hier met sociale partners voor overlegd? Wat zijn de kosten van de brug-WW?
48 Wie bepaalt de polisvoorwaarden van de sociale zekerheid?
49 In hoeverre is de verlenging van de werkloosheidstermijn in de kinderopvangtoeslag in 2015 en 2016 van drie naar zes maanden van invloed geweest op de verwachte stijging van de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag de komende jaren?
50 Welke onderzoek(en) liggen ten grondslag aan de aanname dat migratie een verrijking voor de samenleving zou zijn?
51 Wat betekent het concreet dat de derde tranche sectorplannen zich specifiek gaat richten op het bevorderen van van-werk-naar-werk en van-werkloosheid-naar-werk? Op welke wijze wijkt dit af van de eerste twee tranches?
52 Wat zijn de kosten van de langere werkloosheidstermijn bij de kinderopvangtoeslag in 2015 en 2016?
53 Wie bepaalt de arbeidsmarktrelevantie en de noodzaak tot scholing voor de extra mogelijkheden voor scholing vanuit de WW en op basis van welke cijfers c.q. criteria?
54 Wat verstaat u onder een groeibaan?
55 Hoe groot is het budget dat is vrijgemaakt binnen het budget voor sectorplannen voor de brug-WW?
56 Welke mogelijkheden tot scholing bestaan er voor WW-gerechtigden?
57 Hoe worden de mogelijkheden tot scholing vanuit de WW vergroot? Door wie wordt bepaald of er sprake is van een groeibaan?
58 Kunt u exact aangegeven wat u in 2015 voor zich ziet, behoudens het nog te ontvangen Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies, om uitvoering te geven aan hetgeen ook in het regeerakkoord vermeld is namelijk het ingezette beleid in Rutte I jegens EU arbeidsmigranten?
59 Op welke wijze wordt de regeling sectorplannen precies gewijzigd en wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
60 Hoe verhoudt de uitbreiding van het aantal inspecteurs bij de Inspectie SZW zich tot de daling van de totale formatie voor SZW-taken bij de Inspectie SZW?
61 Wat is de netto-ontwikkeling van het aantal inspecteurs bij de Inspectie SZW, tijdelijk en structureel, wanneer de uitbreiding vanwege het actieplan «bestrijden van schijnconstructies» wordt gecorrigeerd voor de taakstelling uit het Regeerakkoord?11
62 Wat is de raming voor de behoefte aan bedrijfs- en verzekeringsartsen en hoe verhoudt deze raming zich tot de instroom voor de opleidingen tot bedrijfs- en verzekeringsarts?
63 Wat is de beste manier om uit armoede te komen? Hoe ziet de subsidieregeling ter stimulering van een effectieve armoede- en schuldenaanpak er uit?
64 Op welke wijze gaat de regering de kinderopvangtoeslag meer gericht op werk maken?
65 Wat is volgens de regering de kans op armoede in Nederland en hoe ontwikkelt die zich?
66 Hoeveel huishoudens, volwassenen en kinderen leven in Nederland naar het oordeel van de regering in armoede? Hoe is de recente ontwikkeling van armoede in Nederland?
67 Welke oorzaken liggen ten grondslag aan het groeiend aantal huishoudens, mensen en kinderen die leven in armoede? Welke beleidsmaatregelen dragen direct of indirect bij aan het voorkomen van (een toename van) armoede?
68 Hoe staat het met de schuldenproblematiek in Nederland? Hoeveel huishoudens kennen schulden? Hoeveel van hen kennen problematische schulden? Hoeveel van hen verkeren langdurig (langer dan een jaar) in schulden? Hoeveel van hen doorlopen een schuldhulpbemiddelingstraject via de gemeentelijke schuldhulp? Hoeveel van hen doorlopen een zogenaamd minnelijk traject? Hoeveel van hen doen een beroep op de Wet schuldsanering natuurlijke personen?
69 Wat is de stand van zaken met betrekking tot het ontwikkelen van een brede Rijksincassovisie?
70 Wat is het effect op de belastinginkomsten en het EMU-saldo12 als het gemiddeld aantal gewerkte uren met 1 uur per week toeneemt?
71 Welk deel van het geld gaat naar het Caribisch gebied?
72 Kunt u aangeven welke onderdelen van de Integratieagenda van de Minister SZW in 2015 zijn beslag zullen krijgen?
73 Kunt u aangeven hoe het staat met de arbeidsmarktmodule als nieuw onderdeel van het inburgeringsexamen en in het bijzonder met de invulling gericht op actieve participatie?
74 Kunt u de huidige stand van zaken aangeven ten aanzien van de pilot participatiecontracten en in het bijzonder ten aanzien van het verbinden van consequenties daaraan?
75 Klopt het dat in het najaar met werkgevers Integratieakkoorden worden afgesloten onder meer gericht op taal? Kunt u aangeven welke bijdragen op verschillende beleidsterreinen vanuit overheidszijde worden gegeven gericht op het (beter) beheersen van de Nederlandse taal?
76 Welke gemeenten hebben armoedebeleid opgesteld? In hoeveel gevallen wordt het budget van 100 miljoen euro gebruikt om tekorten op het WWB-budget13 en schuldhulpverlening op te vullen? In hoeveel gevallen is er daadwerkelijk sprake van nieuw en aanvullend beleid?
77 Hoeveel mensen in Nederland beheersen de Nederlandse taal onvoldoende op A2 niveau?
78 Hoeveel mensen in Nederland beheersen de Nederlandse taal onvoldoende op B1 niveau?
79 Welke bijdrage heeft de participatieverklaring tot nu toe geleverd aan de integratie van betrokkenen in de Nederlandse samenleving?
80 Welke bijdrage heeft de participatieverklaring geleverd bij het leren van de Nederlandse taal?
81 Erkent u dat segregatie een probleem vormt? Zo ja, op welke wijze pakt u segregatie aan?
82 Kunt u garanderen dat de overheid geen zaken doet met bedrijven die discrimineren?
83 Welke gemeenten doen nu mee aan de pilots met de participatieverklaring?
84 Hoeveel participatieverklaringen zijn er dit jaar al ondertekend?
85 Op basis van welke criteria zal worden bezien of de pilots breed zullen worden geïntroduceerd?
86 Kunt u aangeven welke inspanningen tot nu toe verricht zijn en wat de inspanningen komende jaar zullen zijn om in EU verband voor EU onderdanen te laten gelden dat zij pas na zeven jaar bijstand kunnen krijgen? Evenzo voor het te komen tot een ingroeimodel voor de sociale zekerheid? Kunt u daarbij ook aangeven welke inspanningen tot op heden door u zijn verricht om uitvoering te geven aan de motie-Azmani,14 om te bewerkstelligen dat de hoogte van de WW-uitkering wordt gebaseerd op de daadwerkelijk betaalde premies?
87 Hoe ziet de versoepeling voor de toegang van kennismigranten er uit? Waar zitten nu de belemmeringen?
88 Hoe gaat de regering om met de constatering van het World Economic Forum dat de arbeidsmarkt te rigide is?
89 Om welke redenen is de regering voornemens om de toegang voor kennismigranten te versoepelen en goedkoper te maken in 2015?
90 Hoe verloopt de afbouw van kennisinstituut Forum?
91 Op welke wijze wordt gewerkt aan de borging van het netwerk van Forum? Wat is de stand van zaken in de overdracht van het netwerk van Forum naar Verwey-Jonker en Movisie?
92 Hoeveel medewerkers van Forum zijn inmiddels aangenomen bij Verwey-Jonker of Movisie? Welke kennis is hierdoor geborgd?
93 Hebben Frey en Osborne, zoals genoemd op pg. 21 van de begroting, berekend dat ongeveer 40% van de bestaande beroepen in de komende decennia zal verdwijnen of zou kunnen verdwijnen?
94 Op basis van welke gegevens uit welke onderzoeken wordt geconcludeerd dat middelbaar opgeleiden minder profiteren van nieuwe technologie dan hoger opgeleiden?
95 Wat is de ontwikkeling van het aantal banen in Nederland sinds de uitvinding van de personal computer in 1981?
96 Wat is de oorzaak van de stijging van het aantal zzp-ers?
97 Wat wordt precies verstaan onder het «weerbaar maken» van medewerkers ten aanzien van robotisering?
98 Klopt het dat blijkt uit het onderzoek van de Rotterdam School of Economics uit maart 2013 dat er slechts bij twee procent van het aantal zzp-ers sprake is van schijnzelfstandigheid?
99 Kunt u de uitspraak dat «het vertrouwen in het pensioenstelsel niet meer zo groot is als geweest» onderbouwen, alsmede de oorzaken die daarvoor worden genoemd?
100 Kunt u in een tabel uiteenzetten wat de ontwikkeling is van het aantal zelfstandigen, het aantal zzp’ers, het aantal werknemers en het totaal aantal werkenden in de periode 1995–2014?
101 Stuurt u het IBO ZZP uiterlijk 1 december 2014 ook aan de Tweede Kamer?
102 Wanneer verwacht het kabinet een kabinetsreactie op het IBO ZZP aan de Kamer te sturen?
103 Kunt u een overzicht geven van alle beschikbare documenten (onderzoeken en analyses uit de oriëntatiefase) die betrokken worden bij de Nationale Pensioendialoog?
104 Kunt u aangeven hoe het proces ingevuld wordt om te komen tot een hoofdlijnennotitie? Wanneer kan de Kamer die tegemoet zien?
105 Waarom vindt de pensioendialoog alleen overdag plaats? Hoe krijgen werknemers de kans om mee te praten?
106 Hoe wordt de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in twee stappen verlaagd?
107 Hoeveel geld wordt er in totaal uitgegeven aan re-integratie?
108 Hoe verhoudt de aanspreekbaarheid van de Minister en Staatssecretaris van SZW voor de omvang en de verdeling van het gebundeld participatiebudget in de integratieuitkering sociaal domein in het gemeentefonds zich tot de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën die als fondsbeheerders zorgdragen voor «een adequate omvang alsmede een goede werking van de verdeelsystematiek van het gemeentefonds»?
109 Waarom blijven de middelen uit het gebundeld participatiebudget die worden overgeheveld naar het gemeentefonds, onderdeel van het SZA-kader? 15 Worden deze middelen na 2017 onderdeel van het kader RBG-eng?16
110 Op welke wijze wordt het SZA-deel van de integratie-uitkering sociaal domein geïndexeerd vanaf 2015? Op welk begrotingsartikel staan de middelen voor indexatie geboekt?
111 Wanneer komt het wetsvoorstel Versnelde verhoging AOW-leeftijd naar de Kamer?
112 Wat is de definitie van een migrantenjongere? Tot aan welke generatie geldt de kwalificatie «migrantenjongere»?
113 Is de werkgever middels de nog af te sluiten Integratieakkoorden in de toekomst verplicht taallessen voor migranten aan te bieden en draait de werkgever op voor de kosten hiervan?
114 Is de werkgever middels de nog af te sluiten Integratieakkoorden in de toekomst verplicht stage- en leerplekken te reserveren voor migrantenjongeren en andere groepen jongeren van die betreffende plekken uit te sluiten?
115 Wordt er subsidie beschikbaar gesteld specifiek voor de stage- en leerplekken voor migrantenjongeren? Zo ja, hoeveel, via welke verdeelsleutel en via welke kanalen wordt deze verdeeld?
116 Wat is het verschil tussen een kennismigrant en andere groepen migranten?
117 Is het nieuwe kennisinstituut integratievraagstukken op enige manier een doorstart van het opgeheven FORUM? Zo neen, welke taken van Forum worden door het kennisinstituut integratievraagstukken overgenomen?
118 Ontvangt het nieuwe kennisinstituut integratievraagstukken vrijgekomen subsidie van het opgeheven FORUM?
119 Kent Nederland parallelle samenlevingen en zo ja, welke zijn dit?
120 Is er in Nederland sprake van een parallelle islamitische samenleving?
121 Kennen de parallelle samenlevingen in Nederland specifieke lokalisaties en zo ja, welke zijn dit en zijn deze op één op meerdere wijze onderling verbonden? Zo ja, op welke manier?
122 Wat is de precieze vraagstelling bij de beleidsdoorlichtingen van artikelen 7 en 11 van de begroting?
123 Wordt bij de beleidsdoorlichting Kinderopvang een investeringsvariant meegenomen bij de beleidsdoorlichting?
124 Op welke manier wordt het advies van de Commissie-Van Dijkhuizen meegenomen in de beleidsdoorlichting kinderopvang?
125 Kan specifiek worden aangegeven op welke verantwoordelijkheden van de Minister de beleidsdoorlichting Uitvoeringskosten in zal gaan? Klopt het dat het vaststellen van de budgetten UWV,17 SVB18 en IB; de sturing van en toezicht op de rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering en de verantwoording daarover en de vaststelling van de omvang van de middelen die aan de Landelijke Cliëntenraad beschikbaar worden gesteld niet aan de orde komen? Worden deze in de toekomst wel doorgelicht en zo ja, wanneer?
126 In hoeverre bent u van plan om de Kamer vanaf 1 januari 2015 uitgebreider te informeren over de opzet en vraagstelling van beleidsdoorlichtingen op SZW-terrein dan nu gebeurt in de vorm van voetnoten?
127 Wat wordt bedoeld met het thema robuustheid van het huidige systeem waar de beleidsdoorlichting kinderopvang op in zal gaan en op welke wijze wordt dit opgepakt?
128 Wordt in de beleidsdoorlichting Kinderopvang de 20% besparingsvariant meegenomen?
129 Wordt de 20% besparingsvariant ook meegenomen in de beleidsdoorlichting Uitvoeringskosten?
130 Wat wordt bedoeld met de robuustheid van het huidige systeem waar de beleidsdoorlichting Kinderopvang op in zal gaan en op welke wijze wordt dit opgepakt?
131 Op welke verantwoordelijkheden van de Minister zal in de beleidsdoorlichting Uitvoeringskosten specifiek worden in gegaan?
132 Klopt het dat het vaststellen van de budgetten UWV, SVB en IB; de sturing van en toezicht op de rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering en de verantwoording daarover niet aan de orde komen? Wordt dat in de toekomst anders?
133 Klopt het dat de vaststelling van de omvang van de middelen die aan de Landelijke Cliëntenraad beschikbaar worden gesteld niet aan de orde komen? Wordt dat in de toekomst anders?
134 In hoeverre is het bij een beperkte scope van de beleidsdoorlichting uitvoering mogelijk om iets over de doelmatigheid van het SUWI19 stelsel te zeggen als de vraag naar de toereikendheid van de budgetten niet worden meegenomen?
135 Kunt u de Kamer vanaf 1 januari 2015 uitgebreider informeren over de opzet en vraagstelling van beleidsdoorlichtingen op SZW-terrein dan nu gebeurt, in de vorm van voetnoten onder de tabel.
136 Wat zijn de verplichtingen voor werkgevers bij thuiswerken? Hoe verhoudt zich dat tot andere landen?
137 Kunt u een overzicht geven van het minimumloon van andere landen in de EU (inclusief Nederland)?
138 Is in de huidige doelstellingen voor het aantal inspecties door de Inspectie SZW al rekening gehouden met de doelstelling om meer risicogericht te inspecteren?
139 Hoeveel personen uit de EU (m.u.v. Nederlanders) zijn werkzaam in Nederland?
140 Hoeveel Nederlanders werken buiten Nederland in de EU?
141 Wat is het cumulatieve structurele werkgelegenheidseffect van de maatregelen die voortvloeien uit de Begrotingsafspraken 2014?
142 Welke aandacht wordt er in het curriculum van beroepsopleidingen besteedt aan arbeidsmarkt- en sollicitatievaardigheden?
143 Waarom is de prognose van het aantal inspecties naar arbeidsmarktfraude verlaagd ten opzichte van de begroting 2014?
144 Wanneer wordt er dispensatie van avv’en20 verleend? Hoe vaak heeft dit afgelopen jaren plaatsgevonden?
145 Welke activiteiten maken deel uit van het programma Duurzame Inzetbaarheid?
146 Wat verklaart de daling in het ziektepercentage?
147 Hoe hoog is het ziektepercentage in andere EU-landen?
148 Hoeveel werknemers vallen onder een cao waarvoor de AWVN-regeling («vakbondstientje») geldt? Voor hoeveel cao’s geldt de AWVN-regeling?21
149 Hoeveel artikelen uit bedrijfstak-cao’s zijn niet algemeen verbindend verklaard, omdat deze alleen van toepassing zijn op vakbondsleden, of omdat vakbondsleden in deze artikelen bevoordeeld worden boven niet-vakbondsleden?
150 Hoe groot is de stijging van uitgaven van werkgevers aan secundaire arbeidsvoorwaarden in de periode 2007–2014?
151 Geldt voor de cao waaronder FNV Formaat valt, de AWVN-regeling?
152 Welke gevolgen heeft de extra druk op de Inspectie SZW op het gebied van het inspecteren van bedrijven op de andere taken van de Inspectie?
153 Op welke manieren kunnen werknemers arbeidsomstandigheden en het niet naleven van de werkgever van arbeidsrechtelijke bepalingen aan de kaak stellen bij de inspectie?
154 Hoe vaak stellen werknemers het niet-naleven van arbeidsrechtelijke bepalingen door de werkgever aan de kaak?
155 Hoeveel mensen zijn er in 2013 en (verwacht) in 2014 met een mobiliteitsbonus in dienst gehouden en hoeveel in dienst genomen?
156 Welke gevolgen heeft de extra druk op de Inspectie SZW op het gebied van het inspecteren van bedrijven op de andere taken van de inspectie?
157 Wat voor gevolgen heeft de extra druk op de Inspectie SZW op het gebied van het inspecteren van bedrijven op de andere taken van de Inspectie, en dan meer specifiek naar het doen van onderzoek naar arbeidsomstandigheden?
158 Wat is het gebruik van de mobiliteitsbonus en de werkbonus?
159 Hoeveel werkbonussen zijn er in 2013 verstrekt?
160 Waarom geldt het laag tarief voor arbeidsintensieve diensten slechts voor een beperkt deel van de arbeidsintensieve diensten? Waarom vallen bijvoorbeeld kappers hier wel onder, maar schoonheidsspecialisten niet?
161 Wanneer is of wordt het laag btw-tarief voor arbeidsintensieve diensten geëvalueerd?
162 Wat zou het effect zijn op de arbeidsmarkt van het hernieuwd invoeren van de specifieke afdrachtskorting, tot maximaal 105% WML?22
163 Kan de regering een overzicht geven van het sociaal minimum van andere landen in de EU (inclusief Nederland)?
164 Kunt u aangeven welke mogelijkheden het Ministerie van SZW heeft om gemeenten aan te spreken op de uitvoering van de WWB?
165 Waaruit bestaat het systeemtoezicht dat u op de uitvoering van de WWB houdt?
166 Kunt u een voorbeeld uit 2014 noemen waaruit blijkt dat u heeft ingegrepen omdat een gemeente buiten de wettelijke kaders van de WWB handelde?
167 Kunt u toelichten wat het inkomenseffect is voor een alleenstaanden en een samenwonende, beide met en zonder kinderen, die uit de bijstand een baan vindt op 100% WML?
168 Welke onderdelen van de Participatiewet23 moeten nog worden uitgewerkt in de Werkkamer, en wanneer verwacht u hiervan de uitkomsten?
169 Hoeveel mensen met een bijstandsuitkering vervulden op 16-10-2014 een tegenprestatie in het kader van hun WWB-uitkering?
170 In hoeveel gevallen was hierbij sprake van verdringing van een reguliere baan?
171 Hoeveel FTE’s is dat in totaal?
172 Wat zijn de gevolgen van de kostendelersnorm voor de koopkracht in 2015 van mensen die op 1-1-2015 een bijstandsuitkering aanvragen?
173 Hoeveel gemeenten krijgen >10% minder budget vanuit het inkomensdeel van de WWB?
174 Hoeveel gemeenten krijgen 5–10% minder budget vanuit het inkomensdeel van de WWB?
175 Hoeveel gemeenten krijgen 0, 1–5% minder budget vanuit het inkomensdeel van de WWB?
176 Wanneer komt u met de aangekondigde vangnetregeling voor het inkomensdeel en wat is daarbij voor het maximale nadeel dat gemeenten mogen ondervinden ten opzichte van hun werkelijke kosten voor bijstandsuitkeringen?
177 Wanneer wordt deze vangnetregeling naar de Kamer gestuurd?
178 Hoe wordt hierover met de betrokken gemeenten gesproken?
179 Welke gevolgen heeft de invoering van de Participatiewet (en het afsluiten van de Wajong24 voor niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikten) voor de hoogte van schadevergoedingen voor het oplopen van een arbeidsbeperking door toedoen van een derde?
180 Voor hoeveel gemeenten is het nadeel door de herverdeling van het BUIG-budget25 in 2015 groter dan € 15 per inwoner?
181 Bent u gebonden aan de afspraak met de VNG26 uit de Bestuursafspraken 2011–2015 dat het nadeel van (cumulatieve) herverdeeleffecten beperkt wordt tot € 15 per inwoner per jaar?
182 Zijn de parameters en de brongegevens van het multiniveaumodel van het SCP27 openbaar beschikbaar? Zo nee, waarom niet?
183 Op welke wijze moeten gemeenten omgaan met de bijstandsaanvraag van iemand van 27 jaar of jonger die reeds een opleiding heeft afgerond?
184 Kan de voornoemde persoon verplicht worden nog een opleiding te volgen?
185 Welk deel van de jongeren onder 27 jaar in de WWB zit in een re-integratietraject?
186 Is binnen de WWB proefplaatsing als instrument beschikbaar?
187 Kunt u de brongegevens van het verdeelmodel voor de WWB-budgetten vrij geven en daarmee de werking van het model transparant en inzichtelijk te maken?
188 Klopt het dat in verschillende gemeenten het budget uit het inkomensdeel van de WWB tot wel 20% onder de werkelijke uitgaven komt?
189 Kunnen deze gemeenten met lokaal beleid de lasten terugbrengen tot het budget dat het Rijk beschikbaar stelt?
190 Klopt het dat de VNG heeft in haar advies erop aangedrongen heeft dat de historische kosten een belangrijke rol spelen in de verdeling?
191 Waarom spelen deze historische kosten alleen gedurende de overgangsperiode (2015–2017) een rol?
192 Waarom zijn er zulke grote verschillen opgetreden ten opzichte van de oude situatie?
193 Wat betekent de herverdeling van de WWB-budgetten voor de positie van de sociale werkvoorziening Proson, in Ermelo?
194 Kunt u nader toelichten hoe de besparing van de maatregel prikkelwerking WWB kan worden gerealiseerd via het aanpassen van de maatstaf bijstandsontvangers in de verdeelsystematiek van het Gemeentefonds vanaf 2016?
195 Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat alimentatieverplichtingen nagekomen worden, zodat er geen onnodig beroep op de bijstand wordt gedaan?
196 Wordt een bijstandsgerechtigde gekort op de bijstand als er alimentatie is toegekend, ook al wordt de alimentatie niet betaald?
197 Hoeveel mensen stonden op 16-10-2014 op de wachtlijst voor een plaats binnen de Wsw?28
198 Hoeveel mensen hebben een tijdelijk contract binnen de Wsw?
199 Welke gemeenten zijn bereid om deze mensen alsnog een vast contract te bieden?
200 Om hoeveel banen gaat het daarbij?
201 Hoeveel mensen binnen de sociale werkvoorziening hebben in 2014 (stand 16-10-2014) te horen gekregen dat hun contract in 2015 niet wordt verlengd?
202 Kunt u aangeven wat de gevolgen van de nullijn zijn voor de koopkracht van Wsw’ers in 2015, 2020, 2025 en 2030?
203 Waarom is het niet gelukt om de afspraak om alimentatieregels zodanig aan te passen dat de uitgaven aan de bijstand dalen in te vullen, terwijl uit de doorrekening van diverse verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau bleek dat hier wel een besparing mogelijk was?
204 Welke maatregelen om alimentatieregels aan te passen heeft u onderzocht en/of overwogen?
205 Waarom stijgen de de IOAW-uitgaven de komende jaren zo fors?29
206 Wanneer kan de Kamer de uitwerking van de motie-Kerstens/Potters30 over het makkelijker aanvaarden van tijdelijk werk vanuit de bijstand, verwachten?
207 Heeft u zulke grote verschillen in budgetten ten opzichte van de oude situatie verwacht en vindt u het redelijk en wenselijk dat er zulke grote verschillen zijn?
208 Hoeveel geld gaat er via het SZA-kader naar Caribisch Nederland?
209 Is de nulmeting voor de baanafspraak uit het Sociaal Akkoord al afgerond? Zo ja, wanneer krijgt de Kamer deze?
210 Hoeveel extra banen hebben werkgevers en overheid in 2014 gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking?
211 Op welke wijze kan de stijging van het aantal WWB-uitkeringen worden opgevangen met een beperkter budget voor het inkomensdeel van de WWB?
212 Wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de WWB voor mensen met een bijstandsuitkering?
213 Zijn er streefcijfers opgenomen voor de incassoratio’s?
214 Waarom zijn de incassoratio zo laag?
215 Wat verklaart de verschillen tussen de verschillende incassoratio’s per regeling?
216 Wat is het totale openstaande bedrag aan fraude in de sociale zekerheid?
217 In hoeverre is het boete-instrument in de WWB waarbij 19% van de vorderingen geïncasseerd wordt, effectief?
218 Hoeveel procent van de bevolking werkt zit in een beschermde omgeving in de sw-sector in Nederland?
219 Hoe hoog is dit in andere landen?
220 Wat zijn de kosten aan beschermd werk in Nederland in relatie met andere landen?
221 Wat is het gemiddelde loon in de sw-sector?
222 Hebben alle mensen die vanuit de sociale werkvoorziening zijn gedetacheerd een sw-indicatie? Zo nee, op welke grond werken deze mensen in de sw?
223 Hebben alle mensen die in de sociale werkvoorziening werken een sw-indicatie? Zo nee, op welke andere gronden kan men werkzaam zijn in de sociale werkvoorziening?
224 Welke sw-bedrijven en regio’s hebben tot en met september 2014 tijdelijke contracten verlengd en welke sw-bedrijven en regio’s hebben tot en met september 2014 tijdelijke contracten niet verlengd?
225 Kan de sw-sector ook een sectorplan indienen?
226 Kan de co-financiering van zo’n sectorplan dan plaatsvinden vanuit het Arbeidsmarkt &Ontwikkelingsfonds voor de sociale werkvoorziening (het SBCM)?
227 Waar worden de financiële middelen voor armoede in Caribisch Nederland aan besteed?
228 Wat is de reden van de grote uitschieter van het budget in 2015 voor de aanpak van de sociaaleconomische problematiek in Caribisch Nederland?
229 Zijn er al aanvragen ingediend voor de Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek?
230 Wat is de reden dat het budget voor de aanpak van de sociaal economische problematiek in Caribisch-Nederland zo sterk fluctueert?
231 Kunt u de regeling toelichten dat aan werknemers in Caribisch Nederland met de ongevallenverzekering een inkomensvoorziening wordt geboden in geval van arbeidsongeschiktheid door een bedrijfsongeval?
232 Wat is de historie van deze regeling?
233 Kunt u aangeven op welke punten de arbeidsongeschiktheidsregeling van Caribisch Nederland afwijkt van de buurlanden van Caribisch Nederland en van Nederland?
234 Kunt u aangeven of er in voornoemde landen alleen bedrijfsongevallen worden verzekerd, of ook beroepsziekten of alle ziekten, zoals in Nederland zijn verzekerd?
235 Kunt u daarbij aangeven wie de premies voor die verzekeringen betaald?
236 Hoeveel mensen die kunnen werken ontvangen nu een uitkering?
237 Kan in het kader van re-integratie een re-integrerende werknemer twee arbeidscontracten hebben, te weten het arbeidscontract van de werknemer ten tijde dat deze vanwege ziekte uitviel en een nieuw arbeidscontract bij de werkgever waar de werknemer re-integreert?
238 Als het in voornoemde situatie mogelijk is dat een werknemer twee arbeidscontracten heeft kan deze dan terugvallen op het «oude» arbeidscontract mocht de werknemer onverhoopt weer uitvallen?
239 Komt het verdiepingsonderzoek naar de benutbare mogelijkheden binnen de groep WGA31 80–100 vóór de begrotingsbehandeling?
240 Zo nee, zou hij de sociale partners willen verzoeken de resultaten van dit onderzoek voor de begrotingsbehandeling te openbaren?
241 Stuurt u de beleidsdoorlichting arbeidsongeschiktheid die de Tweede Kamer voor 2014 is toegezegd voor de behandeling van de begroting voor 2015 naar de Kamer?
242 Hoeveel mensen ontvangen in totaal een arbeidsongeschiktheidsuitkering?
243 Hoeveel mensen zijn er in de afgelopen drie jaar door een re-integratietraject van het UWV in het kader van de WIA32 aan het werk geholpen?
244 Welk deel van de uitstroom uit IVA-,33 WGA- en WAO-uitkeringen was activerend (naar werk) en welk deel was niet activerend, bijvoorbeeld naar een andere uitkering (zoals de WW, bijstand of AOW/pensioen) of naar geen uitkering (door bijvoorbeeld een partner- of vermogenstoets).
245 Kunt u toelichten waarom het percentage werkende WGA-ers niet te ramen is?
246 Kunt u een nadere duiding geven van de werkende WGA-ers in 2013: wat was hun gemiddelde wekelijkse arbeidsduur en hoe lang werkten zij gemiddeld per jaar?
247 Waaruit is het bedrag van 480mln euro aan lagere uitkeringslasten voor de WAO uit opgebouwd?
248 Waardoor is de incassoratio van de fraudevorderingen op personen met een IVA-, WGA- of WAO-uitkering zo laag?34
249 Wat was de hoogte van het meest voorkomende fraudebedrag?
250 Wat is de stand van zaken van de herbeoordeling op arbeidsvermogen van alle Wajongers?
251 Op welke manier gaat het UWV het activeren van oude Wajongers intensiveren?
252 Waarom is er voor gekozen om inkomensbescherming niet meer voorop te stellen?
253 Wat is de rol van inkomensbescherming binnen de Participatiewet?
254 Hoeveel Wajongers met een baan bouwen geen pensioen op?
255 Op welke wijze komt de regering tegemoet aan de wens van veel werkende Wajongers om een pensioen op te kunnen bouwen?
256 Waaruit bestaan de Wajong-uitgaven?
257 Wat zijn de gevolgen voor mensen met een Wajonguitkering als het geïntegreerd taakstellend budget van het UWV is uitgeput voor ondersteuning van mensen in de WIA/ZW?
258 Waarom is het UWV gevraagd om prioriteit te geven aan de mensen met een WIA- of ZW-uitkering die arbeidsmogelijkheden hebben?
259 Hoe verhoudt zich dit tot andere uitkeringsgerechtigden?
260 Is er sprake van ongelijke behandeling door prioriteit te geven aan mensen met een WIA- of ZW-uitkering en als dat zo is wat is de rechtvaardigingsgrond van die ongelijke behandeling?
261 Wat is de oorzaak van het verschil tussen instroom Wajong-totaal (6.000) en Wajong 2015 (5.000) in tabel 4.2 op pagina 66?
262 Waarom stijgt de IOW35 de komende jaren zo fors, en hoe verhoudt dit zich tot de IOAW?
263 Welke partijen zijn betrokken bij het maken van de sectorplananalyse, en aan welke voorwaarden moet een beroep voldoen om als «groeiend» te worden gekwalificeerd?
264 Waarom is gekozen voor de voorwaarde van een baangarantie voor een jaar?
265 Waarom geldt de brug-WW alleen voor banen in groeiende beroepen?
266 Kunnen werkgevers in niet-groeiende beroepen geen aanspraak maken op de brug-WW?
267 Voor welke afspraak of afspraken uit het sociaal akkoord zijn de subsidies op artikel 5 begroot?
268 Waarom zijn de ramingen van de uitgaven in het kader van de Cessantiawet voor de komende jaren hoger dan de realisatie van die uitgaven over de afgelopen jaren?
269 Waarom zijn de ontvangsten Ufo36 premie gefinancierd als de overheid eigenrisicodrager is?
270 Waarom stijgen de ontvangsten Ufo als gevolg van taakstellingen bij de overheid?
271 Kunt u een nadere onderbouwing geven van de extra ontvangsten Ufo van 23 mln euro?
272 Wat is de verdeling eigenrisicodragers versus UWV-verzekerden in termen van loonsom in 2013 en 2014 en wat is de verwachting voor 2015?
273 Waarom stelt het UWV de uitkering van personen onder de no-riskpolis het eerste jaar op 100%?
274 Wordt het tweede jaar altijd op 70% gesteld?
275 Hoe groot is het percentage van de UWV-verzekerden dat in de laatste weken van het eerste ziektejaar hersteld?
276 Waardoor is de incassoratio van de fraudevorderingen op personen met ZW-uitkering zo laag?
277 Wat was de hoogte van het mediane (meest voorkomende) benadelingsbedrag?
278 Waarom wordt het bedrag dat aan mensen die lijden aan maligne mesothelioom en/of asbestose ontvangen op grond van de TAS?37
279 Waarom worden de uitgaven voor de TAS in 2015 begroot op 4,2 mln euro terwijl op basis van het geraamde aantal uitkeringen (400) en de TAS-tegemoetkoming (19.201 euro) de uitgaven op 7,7 mln euro geschat kunnen worden?
280 Welk deel van de daling van de ZW-uitkeringslasten kan worden toegeschreven aan de stijging van het aantal eigenrisicodragers onder werkgevers van zogenaamde vangnetters?
281 Welk deel komt voort uit de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheidvangnetters?
282 Klopt het dat de raming van 84.000 ZW-uitkeringen tot stand is gekomen zonder dat de in- en uitstroom is geraamd?
283 Kunt u uitleggen hoe u tot de raming van 84.000 ZW-uitkeringen bent gekomen?
284 Op grond van welke methode of methodologie komt u tot die uitkomst?
285 Wat de reden dat de ZW-uitkeringslasten van eigenrisicodragers met ingang van 1-1-2015 niet meer in de SZW-begroting worden opgenomen?
286 Kunt u aangeven hoeveel het kost om de twintigduizend zzp’ers die tussen 2004 en 2008 zwanger waren, conform de aanbeveling van het CEDAW38, een zwangerschapsuitkering te verstrekken?
287 Waarom heeft u er niet voor gekozen om het advies van CEDAW op te volgen om deze vrouwen alsnog een zwangerschapsuitkering te vertrekken?
288 Heeft het niet opvolgen van het advies van CEDAW juridische gevolgen?
289 Hoeveel financiële middelen zijn beschikbaar voor kinderopvangtoeslag met betrekking tot doelgroepouders?
290 Welke overige bestaande kwaliteitskaders worden weggenomen bij de totale herijking van de kwaliteitskaders in 2017?
291 Waarom zijn er in 2017 opeens veel meer middelen beschikbaar voor subsidies?
292 Kunt u een nadere onderbouwing geven van de raming voor 2015 en 2016 van de kinderopvangtoeslag?
293 In welke mate neemt het aantal kinderen in de buitenschoolse opvang toe en welke extra uitgaven zijn daarmee gemoeid?
294 In welke mate daalt de werkloosheid en wat zijn de gevolgen daarvan voor de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag?
295 Kunt u een overzicht geven van alle onderliggende mee- en tegenvallers die per saldo leiden tot de stijging van de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag?
296 Kunt u aangeven in hoeverre de betere controle aan de voorkant op oneigenlijk gebruik van kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst tot lagere uitgaven aan kinderopvangtoeslag leidt?
297 Welke extra uitgaven zijn gemoeid met de tijdelijke verlenging van de werkloosheidstermijn in de kinderopvangtoeslag?
298 In welke mate neemt het aantal kinderen in de buitenschoolse opvang toe en welke extra uitgaven zijn daarmee gemoeid?
299 Kunt u het verband schetsen tussen de ontwikkeling van de werkloosheid en de gevolgen daarvan voor de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag?
300 Kan de regering de bedragen die gemoeid zijn voor kinderopvangtoeslag uitsplitsen per doelgroep: ouders, alleenstaande ouders en doelgroepouders?
301 Welk bedrag wordt besteed aan gastouderopvang?
302 Kan de regering de bedragen uitspitsen die worden betaald (in honderden miljoenen) door overheid, werkgevers en ouders?
303 Hoeveel kinderen tussen 0 en 4 jaar maken naar verwachting in 2015 gebruik van kinderopvang bij een instelling die geregistreerd is in LRKP?39
304 Hoeveel kinderen van 0 tot 4 jaar kregen in 2013 voor méér dan 12 uur per week kinderopvangtoeslag?
305 Kunt u een overzicht geven waarin inzichtelijk wordt voor hoeveel uur huishoudens kinderopvangtoeslag ontvangen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen vier categorieën; van 0–6 uur per week, 6–12 uur per week, 12–18 uur per week en meer dan 18 uur per week, en waarbij tevens onderscheid worden gemaakt tussen kinderopvangtoeslag voor kinderen van 0 tot 4 jaar en voor kinderen boven de 4 jaar?
306 Hoeveel instellingen die geregistreerd staan in het LRKP vragen gemiddeld een hogere uurprijs dan de wettelijke maximum uurprijs in euro’s en hoeveel vragen zij gemiddeld meer?
307 Hoe staat het met de ontwikkeling van de kinderopvangkaart?
308 Per wanneer wordt het voor ondernemers in de kinderopvang mogelijk een aanvraag in te dienen voor trainingen bij bureau kwaliteit kinderopvang?
309 Is het voor medewerkers van peuterspeelzalen ook mogelijk om een beroep te doen op dit budget voor trainingen? Zo nee, welke trainingsmogelijkheden bestaan er voor deze groep?
310 Hoeveel bedraagt de bijdrage aan het Ministerie van OCW voor het Landelijk Steunpunt Brede Scholen ten behoeve van het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang?
311 Hoeveel (eerste) inspecties bij nieuwe LRKP-instellingen en bij bestaande LRKP-instellingen door de GGD40 zijn in 2013 vooraf aangekondigd?
312 Hoeveel procent van de verplichte inspecties door de GGD zijn in 2013 niet uitgevoerd?
313 Hoe staat het met onderzoek naar de belemmeringen bij verticale integratie van voorschoolse voorzieningen en het primair onderwijs, zoals mede toegezegd door de Staatssecretaris van OCW?
314 Wanneer dient u het wetsvoorstel versnelde verhoging AOW-leeftijd bij de Kamer in?
315 Wat zijn de budgettaire gevolgen van het terugdraaien van de verhoging van de AOW-leeftijd, zodat de AOW-leeftijd weer 65 wordt?
316 Is er sprake van een toename van het aantal aanvragen voor partnertoeslag juist voor de datum waarop deze afgeschaft wordt? Zo ja, hoeveel aanvragen betreffen dit?
317 Welke van deze aanvragen zijn gedaan op een reeds lopende AOW uitkering?
318 Kunt u een doorrekening geven over de volledige periode totdat de AOW-gerechtigde leeftijd van de gevolgen van het afschaffen van de partnertoeslag en de verhoging van de AOW-leeftijd bij twee mensen: één is geboren op 1 oktober 1949 en één op 1 april 1950, beiden werken vanaf hun 20e en hebben een precies 4 jaar jongere partner, hun inkomen geeft recht op volledige partnertoeslag mede omdat hun partners geen arbeidsverleden en inkomen hebben?
319 De SVB wordt geconfronteerd met hogere uitvoeringskosten als gevolg van implementatietrajecten van nieuwe wetgeving. Op de begroting heeft zij hier een lager budget voor beschikbaar heeft?
320 Kunt u de ontwikkeling van de rijksbijdragen schetsen tot 2040?
321 Wat is de ontwikkeling van de premie-inkomsten AOW en uitgaven AOW in de periode 2005–2020?
322 Kunt u nader toelichten waarom de begrotingsuitgaven op het programma inburgering fors toenemen. Op welke onderdelen zien de uitgavenstijgingen? In welke mate is hier ook rekening gehouden met de verhoogde instroom van asielzoekers?
323 Kunt u aangeven hoe groot de bijdrage aan VWN41 is voor 2015, hoe deze zich verhoudt tot afgelopen jaren, en welke opdracht zij in deze periode krijgt?
324 Kunt u inzicht geven in de handhaving en naleving van regelgeving die ziet op het verstrekken van leningen door DUO42 aan inburgeraars?
325 Kunt u concreet aangeven wat u doet in het kader van vroegtijdig signaleren en voorkomen van onrust volgend uit radicalisering, religieuze intolerantie en spanningen tussen en binnen etnische gemeenschappen in Nederland? Welke concrete invulling geeft de regering aan preventie, bijv. deradicaliseringsprogramma’s, om te voorkomen dat individuen een vijand worden van onze samenleving?
326 Op welke wijze onderzoekt u de mogelijkheden om de lening van DUO open te stellen voor inburgeringsplichtigen die ter voorbereiding op hun inburgering een alfabetiseringscursus willen volgen, zoals toegezegd door de Minister van SZW in het VAO inburgering op 26 juni 2014?
327 Wat is de stand van zaken om via de pilot regionale rapportages en kwaliteitsrichtlijnen te bekijken hoe een impuls kan worden gegeven aan zorgvuldige en efficiënte uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, zoals toegezegd door de Minister van SZW in het VAO43discriminatieonderwerpen op 26 juni 2014?
328 Waarom ligt aantal inburgeraars dat slaagt voor het inburgeringexamen of NT2-examen in 2014 (raming 10.000) en 2015 (raming 10.000) zoveel lager dan in 2013 (17.000)?
329 Hoe hoog is het bedrag dat SZW moet betalen aan de RGD44 voor de restwaarde van het SZW-gebouw en waarop is dit bedrag gebaseerd? Waarom moet SZW compensatie betalen aan de RGD voor de restwaarde van het SZW-gebouw? Indien de RGD een nieuwe huurder of koper vindt voor het SZW-gebouw, vloeit dan (een deel van) de compensatie terug naar SZW?
330 Waaruit bestaan de kosten van de pSG?45
331 Wat is de FTE-ontwikkeling van andere kerndepartementen?
332 Hoeveel FTE werken er bij het UWV en SVB afzonderlijk?
333 Waarom komt in de begroting het woord «islam» of «islamitisch» niet voor, terwijl volgens de AIVD voor het begrijpen van het opkomende jihadisme, de religieuze en ideologische context begrepen moet worden?
334 Klopt het dat radicalisering, religieuze spanningen en spanningen binnen en tussen etnische gemeenschappen voor het grootste deel gelieerd zijn aan de islam?
335 Hoeveel moskeeën en islamitische instellingen/organisaties/stichtingen zijn er gevestigd in Nederland en wat is de verdeling van de genoemde organisaties over de 403 gemeenten? Krijgen deze organisaties subsidie van de rijksoverheid en zo ja, hoeveel?
336 Welke activiteiten worden precies ondernomen gericht op het versterken en verbreden van de dialoog binnen etnische en religieuze gemeenschappen? Worden deze activiteiten direct of indirect gesubsidieerd door de rijksoverheid en zo ja, voor welke bedragen?
337 Wie zijn de sleutelfiguren in het voorkomen van radicalisering en op basis waarvan worden de sleutelfiguren geselecteerd? Krijgen deze sleutelfiguren op enigerlei wijze een vergoeding van de (Rijks-)overheid? Zo ja, hoeveel en door welke instantie wordt deze uitgekeerd?
338 Hoe succesvol zijn de diverse maatregelen om islamitische radicalisering te voorkomen tot nu toe geweest en uit welke effectmeting(en) blijkt dit?
339 Hoe succesvol zijn de diverse maatregelen om deradicalisering van moslims te bewerkstelligen tot nu toe geweest en uit welke effectmeting(en) blijkt dit?
340 Uit welke wetenschappelijke publicatie(s) blijkt dat het beleid in het kader van deradicalisering van moslims zou werken?
341 Hoe hoog is het bedrag dat in 2015 beschikbaar is voor de uitkering ten behoeve van de regionale centra fraudebestrijding en de landelijke expertisefunctie van de regionale coördinatiepunten fraudebestrijding?
342 Hoe lang strekt de terugbetalingstermijn voor de lening voor overige nieuwkomers en vindt er na het verlopen van deze termijn een eventuele kwijtschelding van schulden plaats?
343 Zijn er al verplichtingen aangegaan voor het budget op artikel 99?
344 Welk gedeelte van de ontvangsten behoort tot de niet-belastingontvangsten?
345 Kunt u een overzicht geven van de SZW-begroting (begrotingsgefinancierde uitgaven) in de periode 2005–2020?
346 Kunt u per onderdeel aangeven of er sprake was van onderbestedingen, zo ja op welk(e) onderde(e)l(en)? Hoe hoog bedroeg(en) deze onderbesteding(en)?
347 Wat kost het herstellen van de vaste voet voor kinderopvangtoeslag tot 25% of tot 33%?
348 Kunt u een overzicht van de sociale verzekeringen geven in de komende 10 jaar?
349 Waarom wordt het Ouderdomsfonds door middel van een Rijksbijdrage structureel met een veel hoger bedrag aangevuld dan nodig is voor de dekking van de inkomensondersteuning voor ouderen (p.88 en 107)? Te meer daar op p. 156 wordt gesproken van een positief exploitatiesaldo in het Ouderdomsfonds?
350 Wat wordt bedoeld met de opmerking dat het positieve exploitatiesaldo in het Ouderdomsfonds het komende jaar wordt verrekend met de uitbetaling van de rijksbijdrage aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds?
351 Hoe is de primaire inkomensverdeling in Nederland voor verschillende inkomensgroepen (decielen)?
352 Welke directe vormen van belastingen worden op deze inkomens geheven en wat is daarvan het effect op de inkomensverdeling?
353 Wat is het effect per inkomensgroep (decielen) van indirecte belastingen (zoals accijns en btw) op de koopkracht?
354 In welke mate ontvangen de diverse inkomensgroepen (decielen) toeslagen?
355 In welke mate ontvangen de diverse inkomensgroepen (decielen) hypotheekrenteaftrek?
356 Kunt u toelichten welke bijdrage de verlaging van het afbouwpercentage van het kindgebondenbudget levert aan de koopkrachtverbetering van gezinnen met kinderen?
357 Kunt u aangeven welke maatregelen hebben geleid tot het koopkrachtverlies van alleenverdieners met een modaal inkomen met kinderen? Kunt u tevens aangeven om hoeveel huishoudens het hier ongeveer gaat?
358 Klopt het dat in de MEV 201546 de koopkrachtontwikkeling 0% is voor de alleenstaanden met een modaal inkomen, terwijl in de begroting wordt gesproken van een koopkracht achteruitgang? Is hier geen tegenspraak?
359 Kunt u specifiek aangeven welke maatregelen hebben geleid tot koopkrachtverlies (-2,75%) van alleenverdieners met een modaal inkomen met kinderen?
360 Kunt u tevens aangeven om hoeveel huishoudens het hier ongeveer gaat?
361 Kunt u specifiek aangeven welke maatregelen hebben geleid tot koopkrachtwinst (10%) van alleenverdieners met een minimum inkomen met kinderen?
362 Wat is de gemiddelde koopkrachtontwikkeling per inkomensgroep (in decielen) over de jaren 2010–2014?
363 Wat is de verwachte gemiddelde koopkrachtontwikkeling per inkomensgroep (in decielen) over 2015?
364 Welk deel van de laagste vijf inkomensgroep (decielen) beschikt over een vermogen van meer dan 500.000 euro?
365 Welk deel van de laagste vijf inkomensgroep (decielen) beschikt over een vermogen van meer dan één miljoen euro?
366 Wat is sinds 2001 de cumulatieve koopkrachtontwikkeling van uitkeringsgerechtigden, werkenden en gepensioneerden?
367 Kunt u een overzicht geven van het aantal mensen (in procenten) dat WML verdient, 1x modaal verdient, 2x modaal verdient, 3x modaal verdient en meer dan 3x modaal?
368 Wat zijn de percentages in de stapelingsmonitor bij stapeling van drie of meer maatregelen? En wat bij twee of meer?
369 Wat zijn de maximale effecten op de koopkracht van de genoemde maatregelen in tabel B.3.4.?
370 In hoeverre maken de vier maatregelen uit tabel B.3.4. met de grootste koopkrachteffecten deel uit van de 4 maatregelen in tabel B.3.3.?
371 Hoeveel bedrijven of de leiding daarvan zijn de afgelopen vier jaar onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld wegens discriminatie en zullen, wanneer dit in de clausule kan worden opgenomen, dus worden uitgesloten van een aanbestedingsprocedure met het Rijk?
372 Bestaat er een lijst met bedrijven die hebben gediscrimineerd?
373 Hoeveel inspecteurs houden zich bezig met de naleving van het PSA-beleid,47 waarin bedrijven ook moeten moet ingaan op het tegengaan van discriminatie?