Convenant uitvoering interbestuurlijk toezicht op de Wet kinderopvang

Convenant uitvoering interbestuurlijk toezicht op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en uitvoering taak vertrouwensinspecteurs kinderopvang door de Inspectie van het Onderwijs

Partijen,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), te dezen vertegenwoordigd door de heer A.H.C. Annink, Secretaris-Generaal

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW), te dezen vertegenwoordigd door de heer J. van der Vlist, Secretaris-Generaal

Met inachtneming van:

  • Wet op het onderwijstoezicht (WOT);

  • Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

  • Wijzigingswet kinderopvang 2013;

  • Wet Revitalisering generiek toezicht;

  • Gemeentewet;

  • Regeling minister SZW van 7 december 2012 tot wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in verband met o.a. het stellen van nadere regels voor de verstrekking van systematische toezichtinformatie(Stcrt. 2012, 26050);

  • Aanwijzingsregeling ambtenaren interbestuurlijk toezicht Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van 24 september 2012 (Stcrt.2012 19731);

  • Regeling van de minister van SZW van 17 juni 2013, tot wijziging van de Aanwijzingsregeling ambtenaren interbestuurlijk toezicht Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in verband met het aanwijzen van een deskundige in het kader van de wettelijke meld- en overlegplicht in de kinderopvang en peuterspeelzalen (Stcrt. 2013, 16938);

  • Regeling van de minister van SZW van 13 mei 2014 tot verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de Inspectie van het onderwijs in verband met openbaarmaking van informatie over tweedelijnstoezicht kinderopvang en peuterspeelzalen;

  • Organisatie- en Mandaatregeling OCW 2008;

  • Besluit departementale herindeling kinderopvang (14-10-2010; Stcrt. 2010, 16541).

Overwegende

  • dat op grond van artikel 124e van de Gemeentewet-, de Inspectie van het Onderwijs (verder te noemen: de inspectie) is aangewezen door de minister van SZW om het interbestuurlijk toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de aan het college van burgemeester en wethouders opgedragen taken bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

  • dat de inspectie de taken vertrouwensinspecteurs voor de sector kinderopvang en peuterspeelzalen uitvoert, bedoeld in de artikelen 1.51b, 1.51c, 2.9b en 2.9c van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (ingevoerd bij Wijzigingswet kinderopvang 2013 (Kamerstukken II 2012/2013, 33538);

  • dat ingevolge artikel 3, tweede lid, onder a, van de WOT, de inspectie tevens belast is met het toezicht op de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra;

  • dat krachtens artikel 1 van het Besluit departementale herindeling, de minister van SZW is belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van kinderopvang, voor zover deze voor 14 oktober 2010 waren opgedragen aan de minister van OCW;

  • dat partijen het wenselijk achten dat, gelet op de in de loop der jaren door de inspectie opgebouwde expertise op dit terrein, het interbestuurlijk (tweedelijns) toezicht kinderopvang wordt uitgevoerd door de inspectie in opdracht van de minister van SZW;

  • dat partijen het wenselijk achten om, gelet op de verantwoordelijkheid van de minister van SZW voor het terrein van kinderopvang en de verantwoordelijkheid van de minister van OCW voor de inspectie, over de uitvoering van het toezicht afspraken vast te leggen;

  • dat de inspectie het interbestuurlijk toezicht kinderopvang en peuterspeelzalen uitoefent namens de minister van SZW;

  • dat de uitoefening van het tweedelijnstoezicht kinderopvang door de inspectie, welk beleidsterrein tot 14 oktober 2010 belegd was bij de minister van OCW, vanaf 14 oktober 2010 ten behoeve van de minister van SZW geschiedt.

  • Eind 2014 is een evaluatie gehouden tussen SZW en de IvhO over de uitvoering van het convenant SZW/IvhO 2011-2015. Het positieve resultaat van deze evaluatie, vormt mede de basis voor het afsluiten van dit convenant 2015–2020.

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:

Uitvoering van het toezicht en planning

Artikel 1. Jaarwerkplan

Het gedeelte van het Jaarwerkplan, bedoeld in artikel 7 van de WOT, betreffende het interbestuurlijk toezicht kinderopvang en peuterspeelzalen, wordt aan de minister van OCW ter goedkeuring voorgelegd nadat er tussen de inspectie en SZW overeenstemming is bereikt over de inhoud daarvan. De werkzaamheden betreffende het interbestuurlijk toezicht van de inspectie vinden hun basis in dit jaarwerkplan.

Artikel 2. Rapporten en producten van de inspectie

  • 1. De inspectie stelt jaarlijks een Landelijk Rapport Toezicht Kinderopvang vast, waarin de wijze waarop de gemeenten het toezicht kinderopvang en peuterspeelzalen in het voorgaande kalenderjaar hebben uitgevoerd, is beschreven. Tevens wordt een beeld geschetst van de actuele ontwikkelingen. De informatie uit de systemen LRKP en GIR-I en GIR-H staan mede ten diensten van de inspectie, gegeven de wens van het ministerie van SZW om in het rapport verdiepend over toezichtontwikkelingen als over beleidsontwikkelingen te rapporteren.

    De inspectie brengt dit rapport uit aan de minister van SZW. De inspectie reikt daarbij de minister van SZW een voorstel aan omtrent openbaarmaking en publiciteit. Tussen ministerie en inspectie vindt tijdig afstemming plaats over de verzending van het rapport, vergezeld van een beleidsreactie van de minister van SZW, aan de Tweede Kamer.

  • 2. Producten die het resultaat zijn van het reguliere toezicht van de inspectie en van de uitvoering van de taak vertrouwensinspecteurs, zijn velerlei. Dat kunnen zijn rapporten nader onderzoek gemeenten, status toekenningen, themarapporten, standpuntnotities, signalen, brieven aan gemeenten, uitgevoerde analyses, (zonodig) rapportages toepassing escalatieladder en rapportages vertrouwensinspecteurs.

    Indien het in de rede ligt dat een inspectieproduct op het terrein van kinderopvang en peuterspeelzalen leidt tot publiciteit, stelt de inspectie de minister van SZW daar ten minste 10 werkdagen voor de voorgenomen openbaarmaking van in kennis.

  • 3. Jaarlijks wordt 5% van de capaciteitsinzet van team kinderopvang van de inspectie ten behoeve van SZW gereserveerd voor incidentele opdrachten/onderzoek. Voor opdrachten die de gereserveerde ruimte overstijgen, vindt overleg plaats tussen SZW en de inspectie.

Artikel 3. Toezichtkader en werkprocessen

De inspectie heeft de Missie, Visie en Strategie voor het interbestuurlijk toezicht kinderopvang, alsmede de werkprocessen en toezichtkaders vastgelegd op de intranetsite van de inspectie.

De vastlegging van werkprocessen is overeenkomstig de criteria die gesteld worden in de ISO 9001 norm, waartegen de inspectie sinds 2012 is gecertificeerd.

De tekst van de intranetsite wordt periodiek geactualiseerd en wordt ter kennis gesteld aan SZW.

De Inspecteur Generaal heeft in 2014 een Toezichtkader en Waarderingskader vastgesteld dat door de minister van SZW is goedgekeurd en gepubliceerd is in de Staatscourant (dd. 1 oktober 2014; nr. 27761 en 27763). Verzoeken van SZW tot aanpassing of bijstelling van toezichtkaders worden besproken met de inspectie, waarna besluitvorming plaatsvindt door SZW. Artikel 2, tweede lid, van de WOT, is van overeenkomstige toepassing.

Op de internetsite van de inspectie staat haar interbestuurlijk toezicht taak kinderopvang en peuterspeelzalen in algemene zin beschreven. Tevens zijn de hoofdactiviteiten van het toezicht, de status toekenningen aan gemeenten, de rapporten nader onderzoek vermeld, alsmede de verschenen publicaties en rapporten.

Over uitbreiding van de internetsite van de inspectie met informatie over (individuele) gemeenten, voeren SZW en inspectie vooraf overleg over inhoud en vorm van de informatie. Tevens vermeldt de internetsite van de inspectie een verwijzing naar de uitbreiding van het werk van de vertrouwensinspecteurs met kinderopvang en de daarbij behorende specifieke bepalingen.

Artikel 4. Informeren van de minister

De inspectie informeert SZW over de hoofdlijnen van de uitoefening van het toezicht en de taak vertrouwensinspecteurs door de inspectie.

Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van de uitvoering door (individuele) gemeenten ernstig of langdurig tekortschiet, informeert zij SZW.

Artikel 5. Informeren van de inspectie

SZW benut de uitkomsten van het eerstelijns- en het interbestuurlijk toezicht bij de beleidsontwikkeling en draagt zorg voor het betrekken van de inspectie. Dat betekent dat de inspectie tijdig op de hoogte wordt gehouden over alle actuele beleidsontwikkelingen relevant voor het interbestuurlijk toezicht en voor de functie vertrouwensinspecteurs, bij aangelegenheden betreffende kinderopvang en peuterspeelzalen.

Overleg en Communicatie

Artikel 6. Overlegstructuur

  • 1. Tussen SZW en de inspectie vindt regelmatig overleg plaats, zowel structurele overlegvormen als incidentele overlegvormen. Dit betreft in ieder geval een periodiek overleg tussen de hoofdinspecteur primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en expertisecentra en de directeur Kinderopvang, evenals een jaarlijks overleg tussen de SG van SZW en de IGO van de inspectie.

  • 2. De inspectie overlegt met de VNG en GGD/GHOR-Nederland en zogewenst met de branchepartijen in het kader van de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht. De inspectie heeft ook overleg met de andere rijksinspecties en gemeentelijke inspectiediensten.

    Zo blijft zij betrokken bij ontwikkelingen in het rijkstoezicht in algemene zin en specifiek als het gaat om de betrokkenheid van de IGO voor het beleidsterrein jeugd (inclusief kinderopvang en peuterspeelzalen) binnen de Inspectieraad.

  • 3. De inspectie overlegt bij de uitvoering van de taak vertrouwensinspecteurs structureel met betrokken instanties, zoals de (zeden)politie, IJZ, IGZ, GGD/GHOR-Nederland, GGD’en en het OM (Zedenofficieren). Over het resultaat daarvan informeert zij periodiek SZW.

Prestaties en Financiën

Artikel 7. Prestaties

De gemeenten waarop toezicht wordt gehouden door de inspectie, worden waar dat van belang is betrokken in andere toezichtprocessen binnen de inspectie. Dat is in ieder geval bij het beleidsterrein Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Daar waar verbinding binnen het stelsel primair onderwijs – brede school/integrale kindcentra – VVE – kinderopvang – peuterspeelzalen – lokale educatieve agenda, met het gemeentelijk toezicht kinderopvang speelt, wordt door de inspectie gewogen in hoeverre gezamenlijke aanpak bijdraagt aan versnelde verbetering van de uitvoering.

De inspectie is actief betrokken bij ontwikkelingen tot verschillende vormen van integratie tussen onderwijs en opvang. De inspectie en SZW informeren en betrekken elkaar waar dat nodig of gewenst is.

Artikel 8. Financiën

  • 1. De personele kosten van de inspectie voor het uitvoeren van het interbestuurlijk toezicht bedragen € 982.200 per kalenderjaar (prijspeil 2015; DAR-tarieven; zie bijlage). Dit budget is onderdeel van de begroting van het ministerie van OCW. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de nieuwe DAR-tarieventabel.

    De bestedingen zijn onderdeel van de verantwoording die de inspectie jaarlijks aan OCW aflegt. De door het Kabinet opgelegde taakstelling 2012–2016 van vier keer 1,5 procent, is door de inspectie verwerkt in het budget.

  • 2. De personele kosten van de inspectie voor de taak vertrouwensinspecteurs kinderopvang en peuterspeelzalen bedragen € 361.400 per kalenderjaar (prijspeil 2015; DAR-tarieven; zie bijlage). Dit bedrag wordt door het ministerie van SZW structureel overgeboekt naar de begroting van het ministerie van OCW. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de nieuwe DAR-tarieventabel.

    De bestedingen zijn onderdeel van de verantwoording die de inspectie jaarlijks aan OCW aflegt. De door het Kabinet opgelegde taakstelling 2012–2016 van vier keer 1,5 procent is door de inspectie verwerkt in het budget.

  • 3. In beginsel wordt een overschrijding van het budget genoemd in artikel 8, lid 2, verrekend met mogelijke overschotten binnen het budget genoemd in artikel 8, lid 1. Een overschrijding van het budget genoemd in artikel 8, lid 1, wordt verrekend met mogelijke overschotten binnen het budget genoemd in artikel 8, lid 2.

  • 4. Bij een aantoonbare behoefte aan een substantiële verhoging of vermindering van de vraag/opdracht (inzet fte’s IvhO), vindt overleg plaats tussen SZW, OCW en de Inspectie van het Onderwijs. En voor de meerdere, danwel mindere kosten die daarmee gepaard gaan, vindt een verrekening plaats met SZW.

  • 5. In het geval het budget in de toekomst mocht worden teruggetrokken naar SZW, dan wordt op dit budget opgeteld de alsdan geldende gebruikelijke opslag voor stafwerkzaamheden. Indien dat een ander percentage is dan het huidige percentage van 9%, dan wordt daarop aangesloten.

Verantwoording

Artikel 9. Verslag

De inspectie maakt ieder jaar een jaarverslag op van alle door haar uitgevoerde taken. Dit jaarverslag biedt zij aan de minister van OCW aan. De uitvoering van de toezicht taken voor de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (SZW), inclusief de uitgevoerde taken vertrouwensinspecteurs kinderopvang, maakt onderdeel uit van dit jaarverslag.

Dit hoofdstuk legt de inspectie vooraf ter goedkeuring voor aan de directeur kinderopvang van SZW. Hiermee verantwoordt de inspectie zich over de uitgevoerde taken en werkzaamheden.

Tevens levert de inspectie jaarlijks een monitor rapportage inzet vertrouwensinspecteurs op.

Looptijd en publicatie

Artikel 10. Inwerkingtreding en looptijd

Dit convenant treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en eindigt op 1 januari 2020. Eind 2019 vindt een evaluatie plaats over de werking van de afspraken in dit convenant en vindt besluitvorming plaats over verlenging van de termijn. Indien de omstandigheden daar aanleiding toe geven vindt overleg plaats over de voortzetting dan wel beëindiging van dit convenant.

Artikel 11. Publicatie

Binnen één maand na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

Den Haag, 25 november 2014

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, A.H.C. Annink Secretaris-Generaal

Den Haag, 12 december 2014

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, J. van der Vlist Secretaris-Generaal

BIJLAGE CONVENANT SZW-OCW/IVHO 2015–2020

Formatie IvhO; Bron: DAR – Overheidstarieven 2015

Kinderopvang
Functie Schaal Fte DAR Totale kosten
Teamleider/inspecteur 14 1,0 € 139.000 € 139.000
Inspecteur 13 1,0 € 129.000 € 129.000
Inspecteur 12 1,6 € 118.000 € 188.800
Inspecteur 11 3,4 € 107.000 € 363.800
Medewerker toezicht 07 1,0 € 79.000 € 79.000
Huidige formatie Kinderopvang 8,0 € 899.600
Inspecteur 12 0,7 € 118.000 € 82.600
Benodigde formatie Kinderopvang € 982.200
Vertrouwensinspecteurs
Functie Schaal Fte DAR Totale kosten
Vertrouwensinspecteur 14 2,6 € 139.000 € 361.400
Totale formatie IvhO 12,0 € 1.343.600

Bron : Rijksoverheid