Vragen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de kinderopvang.

Vragen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de kinderopvang.

  1. Bent u bekend met uw eigen toespraak op congres over toezicht in de kinderopvang van GGD Nederland en VNG op dinsdag 1 oktober 2013 in Den Haag. (zie hier)
  2. Bent u bekend met uw voornemen om de administratieve lasten voor de kinderopvang te verlagen d.d 9 juli 2013. (zie hier)
  3. Bent u bekend met de brief van staatssecretaris Weekers die op 12 juli 2013 de Kamer geïnformeerd over het voornemen over de POBR1 – regeling, waardoor Kinderopvanginstellingen onder bepaalde voorwaarden nog de kinderopvangtoeslag op hun bankrekening mogen ontvangen ?
  4. Kinderopvanginstellingen moeten voor 16 oktober 2013 hun intentie aangeven bij de Belastingdienst. Informatie over de regeling is pas enkele dagen voorafgaande openbaar gemaakt. In de tussentijd is er slechts één document door de Brancheorganisatie verstrekt aan haar leden. Bent u van mening dat de informatie-voorziening door de Overheid gedaan moet worden door een Brancheorganisatie waar niet iedereen lid van is ? Is dit niet de taak van de Overheid ?
  5. Gezien het tijdspad in vraag 4, bent u van mening dat dit een toonbeeld van goed bestuur is van de Ministeries (zowel Sociale Zaken en Financiën)?
  6. Volgens de nieuwe regeling dienen Kinderopvangorganisaties maandelijks bestanden aan te leveren aan de Belastingdienst. Vindt u het een toonbeeld van goed bestuur dat software-leveranciers  niet op de hoogte zijn van de eisen die de Belastingdienst hieraan stelt of gaat stellen?
  7. Volgens de nieuwe regeling dienen Kinderopvangorganisaties een accountantsverklaring aan te leveren aan de Belastingdienst. Vindt u het een toonbeeld van goed bestuur dat op dit moment de protocoleisen die de Belastingdienst hieraan stelt of gaat stellen nog niet definitief bekend zijn?
  8. De nieuwe regeling levert de Kinderopvangorganisaties hogere kosten op. In het nieuws hierover zijn al de kosten van de accountantsverklaring benoemd (circa € 2.000) . Daarbij komen uiteraard ook kosten voor eventuele aanpassing van de software in verband met de aanlevering van bestanden. Ook komen daar de maandelijkse arbeidskosten bij voor het aanleveren van bestanden. Bent u voornemens de kinderopvangorganisaties hiervoor te compenseren ? Zo ja, hoe wordt dit ingevuld ?
  9. Hebben de ministeries onderzoek gedaan naar de kosten- en lastenverzwaring van deze maatregelen? Zo ja, hoeveel bedragen deze ?
  10. De uitbetaling van de huurtoeslag aan woningcoöperaties is vergelijkbaar met uitbetaling van de kinderopvangtoeslag aan de kinderopvanginstellingen. Gelden voor beiden dezelfde regelgeving ? Wat zijn de verschillen hier tussen ? Als er verschillen zijn, wat is de reden hiervoor ?
  11. Er zijn kinderopvangorganisaties die bij de Belastingdienst de suggestie hebben gedaan om maandelijks bestanden aan te leveren, waarbij de mutaties gebruikt kunnen worden voor de ouders die de kinderopvangtoeslag ontvangen. Toeslagen zou dan deze gegevens kunnen gebruiken om maandelijks de kinderopvangtoeslag aan te passen. E.e.a. zou zeker bijdragen in de bestrijding van de fraude. Heeft het ministerie dit overwogen ? Is hier onderzoek naar gedaan ? Zo nee, waarom niet ?
  12. De kinderopvangorganisaties hebben de mogelijkheid om een Toeslagenservice dienstverlener te zijn waardoor er contact is met een backoffice van de Belastingdienst. Eerdere toezeggingen van de Belastingdienst richting kinderopvanginstellingen over uitwisseling van informatie zijn nooit uitgevoerd. Praktisch gezien is deze backoffice gelijk aan de Belastingtelefoon met een iets meer specifieke kennis van de kinderopvangtoeslag. Volgens de nieuwe regeling hebben de kinderopvanginstellingen een grote inspanningsverplichting om gegevens te verzamelen. Bent u voornemens de dienstverlening richting de kinderopvangorganisaties te verbeteren? Bent u bekend met de prestaties van deze backoffice ? Heeft u gegevens over bijvoorbeeld het verloop onder de medewerkers ?
  13. De laatste jaren is de kinderopvangbranche geconfronteerd met verzwaring van vele regelingen, daarbij was de informatievoorziening hieromtrent richting de branche vaak laat (vlak voor begin van jaar) of onvolledig, met name tijdens het bewind van uw voorganger , de heer Kamp. Dit jaar is niet echt een uitzondering. Bent u van mening dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een toonbeeld is van goed bestuur en zorgvuldig omgaat met de kinderopvangbranche ?
  14. Bent u bereid deze vragen te beantwoorden op korte termijn en wel voor 31 oktober 2013?