Kamervragen over overvolle peuterspeelzalen

Vragen van het lid Hamer (PvdA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over overvolle peuterspeelzalen (ingezonden 17 augustus 2012)

Antwoorden van minister Kamp (SZW) mede namens minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (OCW) op de vragen van het Tweede Kamerlid Hamer (PvdA) over “de overvolle peuterspeelzalen”.

1 Kent u het bericht ‚ÄěPeuterspeelzalen door de crisis tjokvol.? 1)

Antwoord:
Ja.

2 Is het waar dat door de door u doorgevoerde bezuinigingen op de kinderopvang de goedkopere peuterspeelzalen overvol dreigen te raken en dat daar sprake is van groeiende wachtlijsten? Wat zijn de meest recente cijfers in dit opzicht?

Antwoord:
Het is mogelijk dat ouders als gevolg van de stijgende kosten van kinderopvang een voorkeur hebben voor peuterspeelzaalwerk, waar ze veelal kleinere dagdelen kunnen afnemen dan in de reguliere dagopvang. Ik heb geen cijfers over wachtlijsten of een toenemend aantal kinderen in het peuterspeelzaalwerk. Peuterspeelzaalwerk is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en geen wettelijke taak; dat betekent dat gemeenten zelf bepalen of en hoeveel peuterspeelzaalwerk zij aanbieden. Als er lokaal wachtlijsten dreigen te ontstaan, kunnen gemeenten daar in overleg met de branche op inspelen. Overigens zijn er veel kinderopvangorganisaties die ook peuterspeelzaalwerk aanbieden. Daarmee is de flexibiliteit van de markt om in te spelen op de veranderende vraag van ouders groot.

3 In hoeverre is er als gevolg van de doorgevoerde bezuinigingen sprake van het door de sector geconstateerde verdringingseffect waarbij kinderen, die voorheen naar de kinderopvang gingen, kinderen met taalachterstanden in peuterspeelzalen – voor wie de peuterspeelzalen het meest belangrijk zijn – verdringen?

Antwoord:
Ik heb geen aanleiding om te veronderstellen dat de groeiende belangstelling voor het peuterspeelzaalwerk ten koste zal gaan van het aanbod voor kinderen met een taalachterstand. Gemeenten hebben vanaf 1 augustus 2010 de wettelijke verantwoordelijkheid om een goed voorschools aanbod te doen voor alle jonge kinderen met een risico op taalachterstand. Vanuit het Rijk zijn middelen beschikbaar voor onderwijsachterstandenbeleid. Daarmee kunnen gemeenten plaatsen voor voorschoolse educatie in de gemeentelijke peuterspeelzaal financieren of inkopen bij de kinderopvang. Vanaf 2012 ontvangen de G37 extra middelen voor dit doel. Rijk en G37 hebben onder meer afgesproken dat met dit extra geld het aantal plaatsen in de voorschoolse educatie tot 2015 met ruim 20 procent wordt uitgebreid ten opzichte van 2011.

4 Deelt u de mening dat het een zeer zorgelijke ontwikkeling is als kinderen uit achterstandsgezinnen op deze manier het slachtoffer worden van de bezuinigingen op de kinderopvang?

Antwoord:
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 aangaf, verwacht ik niet dat kinderen uit achterstandsgezinnen het slachtoffer worden van de bezuinigingen op de kinderopvang.

5 Wat gaat u doen om de geconstateerde ontwikkeling te keren?

Antwoord:
Ik verwacht niet dat er sprake zal zijn van een verdringingseffect. Als er lokaal wachtlijsten dreigen te ontstaan dan is het aan gemeenten om in te spelen op de toenemende vraag. Ze kunnen daar zelf hun beleid op aanpassen.

6 Deelt u de mening dat het noodzakelijk is dat er snel actie wordt ondernomen om de kinderopvang weer toegankelijk en betaalbaar voor ouders te maken?

Antwoord:
De bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag zijn gegeven de financieel-economische situatie onvermijdelijk. De kinderopvang is na deze bezuinigingen echter nog steeds toegankelijk en betaalbaar voor ouders. Gezien de gedeelde belangen van ouders, werkgevers en overheid is het gerechtvaardigd dat naast de werkgevers ook de ouders meer gaan bijdragen. De overheid betaalde meer dan proportioneel mee aan de kosten van kinderopvang en een correctie daarop was nodig.

7 Deelt u de mening dat snelle actie essentieel is om het probleem van verdringing op peuterspeelzalen op te lossen?

Antwoord:
Ik heb geen aanleiding te veronderstellen dat de groeiende belangstelling voor het peuterspeelzaalwerk ten koste zal gaan van het aanbod voor kinderen met een taalachterstand. Als er lokaal wachtlijsten dreigen te ontstaan, kunnen gemeenten daar in overleg met de branche op inspelen.

8 Bent u bereid om op zeer korte termijn een voorstel naar de Kamer te sturen om de kinderopvang weer betaalbaar en toegankelijk te maken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ik ben van mening dat de kinderopvang ook na de bezuinigingen nog steeds betaalbaar en toegankelijk is. Nieuwe voorstellen acht ik dan ook niet noodzakelijk.

9 Wilt u deze vragen beantwoorden voor 1 september 2012?

Antwoord:
Ja.

1) BNR Nieuwsradio, 14 augustus 2012

Bron : http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kinderopvang/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/03/antwoorden-op-kamervragen-over-de-overvolle-peuterspeelzalen.html?ns_campaign=documenten-en-publicaties-over-het-onderwerp-kinderopvang&ns_channel=att