Aard en omvang van Gelijkwaardige Alternatieven in de Kinderopvang

Minister Asscher informeert op 22 september 2014 de Tweede Kamer over Aard en omvang van Gelijkwaardige Alternatieven in de Kinderopvang.

Bij mijn brief van 3 september, Kamerstuk 31 322, nr. 251, heeft uw Kamer, in het kader van de voorhangprocedure, het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen ontvangen. Dit in verband met de wijziging van de termijnen in het overgangsrecht.

De overgangstermijn voor gelijkwaardige alternatieven loopt per 1 januari 2015 af. Aanvankelijk werd met de overgangstermijn beoogd de houders van kinderopvanginstellingen met een gelijkwaardig alternatief de tijd te gunnen om zich aan te passen aan het wettelijk kwaliteitskader. Inmiddels is, in het kader van het project het Nieuwe Toezicht de herijking van de kwaliteitsregels in gang gezet. Met het oog daarop wordt beoogd de overgangstermijn te verlengen totdat het nieuwe kwaliteitskader in werking treedt per 1 juli 2017.

Bij het aanbieden van het ontwerpbesluit is in een bijlage een beknopt overzicht opgenomen van de gelijkwaardige alternatieven omdat op dat moment het definitieve onderzoek naar de aard en omvang van gelijkwaardige alternatieven in de kinderopvang niet gereed was. Inmiddels is het onderzoek afgerond en treft u in de bijlage het rapport aan1. De resultaten van het onderzoek betrek ik bij de herijking van de kwaliteitseisen in het kader van het project het Nieuwe Toezicht.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Rapport : “Aard en omvang van Gelijkwaardige Alternatieven in de Kinderopvang”.  (pdf)

Bron : Rijksoverheid