Onderzoeksopzet van de beleidsdoorlichtingen Kinderopvang en Uitvoeringskosten

Brief van minister Asscher (SZW) d.d. 26 januari 2015 aan de Tweede Kamer over de onderzoeksopzet van de beleidsdoorlichtingen Kinderopvang en Uitvoeringskosten.

Met de motie Harbers (2014 Kamerstuk 34 000, nr. 36) verzocht uw Kamer “de Tweede Kamer voorafgaand aan de start van een beleidsdoorlichting te informeren over de opzet en vraagstelling en de Tweede Kamer de mogelijkheid te geven invloed uit te oefenen op de opzet en vraagstelling”.

De minister van Financiën (2014 Kamerstuk 34 000, nr. 52) heeft u ingelicht over de uitwerking van deze motie. Ingaande de begroting 2016 zal de regering een toelichting opnemen over de onderzoeksopzet van de beleidsdoorlichtingen die in het betreffende begrotingsjaar aan de Kamer worden toegestuurd.

De Minister van Financiën heeft daarnaast aangegeven dat u over de beleidsdoorlichtingen die in 2015 aan uw Kamer worden gestuurd, apart per departement wordt geïnformeerd. In deze brief kom ik tegemoet aan de toezegging om u te informeren over de onderzoeksopzet van twee beleidsdoorlichtingen (Kinderopvang en Uitvoeringskosten) die in 2015 aan uw Kamer aangeboden zullen worden.

De werkzaamheden voor de twee genoemde beleidsdoorlichtingen zijn in volle gang. De beleidsdoorlichting Kinderopvang voert mijn departement zelf uit en de beleidsdoorlichting Uitvoeringskosten is uitbesteed aan een extern onderzoeksbureau. Uiteraard zullen beide beleidsdoorlichtingen voldoen aan de regels van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE). Dit houdt onder andere in dat de beleidsdoorlichtingen worden voorzien van een oordeel door een onafhankelijk deskundige over het uitgevoerde onderzoek. Dit oordeel gaat over de kwaliteit van de beleidsdoorlichting en een toelichting op zijn betrokkenheid en inbreng bij de totstandkoming van de beleidsdoorlichting.

In de bijlagen geef ik u een nadere toelichting op de opzet en vraagstelling van beide beleidsdoorlichtingen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Bijlage 1: Beleidsdoorlichting artikel 7 Kinderopvang

 

Doelstelling artikel 7, evaluatie Wet kinderopvang en het Besluit continue screening:

* Doelstelling van artikel 7 van de SZW-begroting luidt: “De overheid biedt financiële ondersteuning aan werkende ouders voor kinderopvang en bevordert de kwaliteit van kinderopvang”. Met de uitvoering van artikel 7 is in 2014 ca. € 2.4 mld. gemoeid;

* Daarnaast zullen de Wet kinderopvang en het Besluit continue screening (vanaf de invoering) worden geëvalueerd. De meest recente evaluatie van de Wet Kinderopvang is in 2012 opgeleverd en betreft de periode 2005-2011. Deze evaluatie zal worden betrokken bij de beleidsdoorlichting en waar mogelijk een update krijgen met informatie over nieuw beschikbare jaren;

* Vanwege de relatie tussen de beleidsdoorlichting en de evaluaties qua inhoud en qua verzending aan uw Kamer is gekozen voor een gezamenlijke aanpak, uitmondend in één eindrapport;

* In de beleidsdoorlichting wordt gekeken naar de periode 2008-2014.

 

Onderzoeksvragen

De hoofdvraag is of het ingezette beleid als doeltreffend en doelmatig kan worden bestempeld ten aanzien van de twee hoofddoelen:

  1. het kunnen combineren van arbeid en zorg;
  2. het aanbieden van kwalitatief goede en financieel toegankelijke kinderopvang zodat kinderen worden gestimuleerd in hun ontwikkeling.

De onderzoeksvragen die een antwoord op deze hoofdvraag moet geven zijn uitgewerkt langs drie hoofdonderwerpen:

  1. Combineren van arbeid en zorg;
  2. Het aanbieden van kwalitatief goede kinderopvang;
  3. Onbedoelde effecten, zoals de prikkelwerking die uitgaat van de maximumuurprijs.

Belangrijkste thema’s voor de beleidsdoorlichting

De beleidsdoorlichting focust op de volgende drie thema’s:

  1. Effect kinderopvangbeleid op arbeidsparticipatie en de kwaliteit van de kinderopvang;
  2. Loont het om meer te werken (advies Commissie Dijkhuizen);
  3. De robuustheid van het systeem: hierbij gaat het om de vraag of het systeem van kinderopvang nu en in de toekomst voldoende toegerust is om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Hierbij ligt de focus in het bijzonder op de gastouderopvang.

 

Naast bovengenoemde thema’s zullen ook onderzoeken die recent zijn gestart of reeds zijn afgerond en in beeld brengen wat het effect is van bepaalde beleidsmaatregelen daar waar mogelijk meegenomen worden. De onderzoeksbijlage bij iedere SZW begroting en jaarverslag brengt deze onderzoeken in beeld. De onderzoeken uit deze bijlage zullen dan ook (waar relevant) als input worden gebruikt. De evaluatie van het beleid op het terrein van de financiering van toezicht en handhaving en continue screening zal sowieso worden meegenomen.

Bijlage 2: Beleidsdoorlichting artikel 11 Uitvoeringskosten

Doelstelling artikel 11 en wet SUWI

* De doelstelling van artikel 11 van de SZW-begroting luidt: “De uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving vindt rechtmatig, efficiënt, klantgericht en daarmee doeltreffend plaats”. Met de uitvoering van artikel 11 is in 2014 ca. € 2.2 mld. gemoeid;

* De Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Wet SUWI) heeft als doel een kader neer te zetten voor de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving. Het gaat daarbij om de instelling van een aantal organen, hun taken op hoofdlijnen, de samenwerking tussen deze organen en de verhouding met de minister. De belangrijkste doelstellingen van de wet zijn: (a) werk boven inkomen (effectiviteit), (b) klantgerichtheid en (c) doelmatigheid;

* Vanwege de relatie tussen de beleidsdoorlichting en de evaluatie van de Wet SUWI – de uitvoeringskosten artikel 11 begroting SZW vinden hun oorsprong in de Wet SUWI – is gekozen voor een gezamenlijke aanpak, uitmondend in één eindrapport;

* De beleidsdoorlichting richt zich op de periode 2007 – 2014.

Thema’s van de beleidsdoorlichting en de evaluatie

De volgende centrale onderzoeksvragen zijn opgesteld:

* In hoeverre is de inrichting en aansturing van het SUWI-stelsel doelmatig en effectief?

* In hoeverre is de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving rechtmatig, efficiënt, klantgericht en doeltreffend?

* In hoeverre hebben de wijzigingen in de SUWI wetgeving in 2012 geleid tot doeltreffende, klantgerichte en doelmatige dienstverlening en welke bijdrage heeft de regie van het Rijk daarbij gehad?

* In hoeverre is de digitale dienstverlening even effectief, klantgericht en efficiënt als de face to face dienstverlening?

* In hoeverre is sinds de wetswijziging van 2012 samenwerking gerealiseerd tussen UWV en gemeenten op regionaal niveau ten aanzien van regionaal arbeidsmarktbeleid, regionale werkgeversdienstverlening en de registratie van werkzoekenden en vacatures in één systeem en in hoeverre is de samenwerking tussen UWV en gemeenten bij de inname van de WWB-aanvraag, de registratie van werkzoekenden en de overgang van WW naar WWB doeltreffend, doelmatig en klantgericht?

* In hoeverre is de Wet Eenmalige gegevensuitvraag (WEU) effectief en wat is ervoor nodig om eventuele belemmeringen weg te nemen?

Naast bovengenoemde thema’s zullen ook onderzoeken die recent zijn gestart of reeds zijn afgerond en in beeld brengen wat het effect is van bepaalde beleidsmaatregelen daar waar mogelijk meegenomen worden. De onderzoeksbijlage bij iedere SZW begroting en jaarverslag brengt deze onderzoeken in beeld. De onderzoeken uit deze bijlage zullen dan ook (waar relevant) als input worden gebruikt.

Bron : Rijksoverheid