Op 10 juli 2019 heeft Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat een brief aan de Kamer gestuurd waarin zij ingaat op een mogelijke terugkeer van de Stint en het convenant dat de branchepartijen BMK, BK en BOinK en de minister hebben gesloten hierover.

BMK voorzichtig blij met convenant
De BMK is blij dat we voor de aanvang van het nieuwe schooljaar duidelijkheid hebben over de (tijdelijke) terugkeer van de Stint als duurzaam, veilig en relatief goedkoop vervoersmiddel voor de kinderopvang. Ook zijn we blij met de afspraak dat de Stint plaats mag blijven bieden aan 10 kinderen (in plaats van 8) omdat dit aansluit op de bkr en heel veel problemen voorkomt bij kinderopvangorganisaties. Samen met de BK en BOinK hebben we ons gecommitteerd om de branche actief te infomeren over de afspraken in het convenant over het gebruik van de Stint en het belang van naleving actief uit te dragen. Toch blijft het zo dat als uit een steekproef blijkt dat 10% van de gebruikers niet de afspraken naleeft, de minister het convenant kan ontbinden. En het betekent ook dat de ‘aanwijzing van een nieuwe Stint in het definitieve toelatingskader voor ten hoogste tien zitplaatsen wordt ingetrokken, omdat er onvoldoende zekerheid is over het veilig gebruik ervan, en wordt er teruggevallen op een nieuwe Stint voor ten hoogste acht zitplaatsen voor zover hierop ook een aanwijzing van toepassing is.’ Ofwel, dan mag de branche geen 10 kinderen meer vervoeren in de Stint, maar maximaal 8.

Kamerbrief
In haar brief gaat de minister in op ‘een afdwingbaar convenant’ over het gebruik van de nieuwe Stint met harde afspraken over het veilige gebruik van de Stint waarin tijdelijk het maximum aantal zitplaatsen is verhoogd van 8 naar 10. Dit op voorwaarde dat de bestuurders van de nieuwe Stint minstens 18 jaar oud zijn, een rijvaardigheidstraining hebben gevolgd en gebruik maken van veilige routes.

Sector heeft inspanningsverplichting voor het bevorderen van de naleving
Ook is afgesproken dat de sector verantwoordelijkheid neemt om samen met de fabrikant en via de verzekeraars, gebruikers van de nieuwe Stint te informeren over de voorwaarden die gelden voor het gebruik van de nieuwe Stint, en over de absolute noodzaak dat deze voorwaarden worden nageleefd.

Aantal zitplaatsen Stint
Het convenant is een randvoorwaarde om een nieuwe Stint  met maximaal tien zitplaatsen op de openbare weg toe te kunnen laten, in afwijking van de Beleidsregel die uitgaat van ten hoogste 8 zitplaatsen, schrijft de minister.

Toezicht
De minister vindt het belangrijk dat een vorm van toezicht wordt georganiseerd. De sector heeft zich bereid getoond een onafhankelijke commissie in te richten om toezicht te houden op de naleving van het convenant. Alle partijen zijn het erover eens dat het belangrijk is dat snel duidelijk wordt wat de mate van naleving van het convenant is. Om die reden is gekozen voor steekproeven die in opdracht van de kinderopvangsector worden uitgevoerd en waarbij het ministerie alleen geaggregeerde en geanonimiseerde resultaten krijgt. Die steekproef wordt in opdracht van de sector uitgevoerd door een ter zake deskundig bureau, het Waarborgfonds Kinderopvang.

Niet-naleving van 10% leidt tot ontbinding van convenant
Partijen hebben een aantal uitgangspunten afgesproken in het convenant in geval van niet-naleving. Indien uit één van de steekproeven blijkt dat bij 10% van de gecontroleerde kinderopvanglocaties sprake is van gebruik van de nieuwe Stint dat niet overeenstemt met de afspraken in het convenant, heeft de minister de mogelijkheid om het convenant te ontbinden. Wel zal de onafhankelijke commissie de individuele gebruikers die in gebreke zijn, uitdrukkelijk wijzen op hun verplichtingen en aanspreken op het belang van het nakomen ervan.
Als het tot ontbinding van het convenant komt, wordt het gebruik van een Stint voor 10 personen op de openbare weg verboden in het definitieve toelatingskader.

Tijdelijk karakter van het convenant
Onder ‘tijdelijk’ wordt de periode verstaan waarin de ‘Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen’ van kracht is, dus tot het moment van inwerkingtreding van het definitieve toelatingskader voor bijzondere bromfietsen. De minister geeft aan dat zij haar best zal doen ‘om snel tot een definitief toelatingskader te komen, maar dit zal niet voor 2020 het geval zijn’. En dat zij daarbij de de uitkomsten van de lopende onderzoeken van het Openbaar Ministerie (OM) en de Onderzoeksraad voor Veiligheid meeneemt.

De minister schrijft verder in haar brief dat zowel het Ministerie als de RDW continu in gesprek zijn geweest met de fabrikant en hem hebben geadviseerd over het toelatingsproces.

[1] Tweede Kamer, Vergaderjaar 2018-2019, Kamerstuk 29398, nr. 693

Wat ging vooraf?
In het Algemeen Overleg (AO) Stint van 16 april 2019 werd gesproken over het toelatingskader voor de bijzondere bromfiets en over de mogelijke terugkeer van de nieuwe Stint op de weg. Naar aanleiding van dat AO werd de minister gevraagd om zorg te dragen voor een snelle, maar vooral ook een veilige introductie van de nieuwe Stint op de weg. Op 4 juli zou zij hierop terugkomen.

Op 4 juli liet de minister weten dat zij niet de Kamer zou informeren omdat op die dag ook informatie uit het onderzoek van het OM naar het ongeluk in Oss naar buiten kwam. Het OM heeft op diezelfde dag via een persbericht een toelichting gegeven op de stand van zaken van het strafrechtelijk onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk in Oss. In het strafrechtelijk onderzoek wordt niet alleen gekeken naar de directe oorzaak van het ongeluk van 20 september 2018, maar wordt de Stint als product ook onderzocht. Het voertuig is uitgebreid onderzocht door deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Een oorzaak van het ongeluk is op basis van dit onderzoek vooralsnog niet aan te wijzen.

Bron : BMK