Belemmerd aan het werk – Trendrapportage ziekteverzuim

Minder ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, maar arbeidsongeschikten komen ondanks activerender beleid nog moeilijk aan het werk.
Belemmerd aan het werk. Trendrapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsdeelname personen met gezondheidsbeperkingen.
  • Het ziekteverzuim daalde van 7,0% in 1990 naar 4,2% in 2010. Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen daalde van 950.000 in 2000 naar ruim 800.000 in 2010.
  • De Nederlandse uitgaven aan arbeidsongeschiktheid behoren nog steeds tot de hoogste in Europa (2% van het BBP).
  • Ondanks activerender arbeidsmarktbeleid blijkt het moeilijk meer mensen met gezondheidsbeperkingen aan het werk te krijgen.
  • Een negatieve beleving van de eigen gezondheid verlaagt de kans dat arbeidsgehandicapten aan de slag gaan.
  • Thuis- en telewerk blijkt enige mogelijkheden te bieden het ziekteverzuim te reduceren en het aantal gewerkte uren door arbeidsgehandicapten te verhogen.
Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Belemmerd aan het werk. Trendrapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsdeelname personen met gezondheidsbeperkingen, die op 21 augustus verschijnt. Deze rapportage kwam tot stand in samenwerking met het CBS, TNO en UWV Kenniscentrum. De eindredactie was in handen van dr. ir. Maroesjka Versantvoort en dr. Patricia van Echtelt (SCP).
Ziekteverzuim stabiliseert, arbeidsongeschiktheid daalt
In 1990 bedroeg het ziekteverzuim nog 7,0%. Sinds 2007 is dit stabiel op 4,2%. Het verzuim van vrouwen, laagopgeleiden en mensen met een vast contract is relatief hoog. 55-Plussers verzuimen minder vaak, maar wel langer dan jongeren. Het totaal aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WAO, WIA, WAZ en Wajong) is afgenomen van 950.000 in 2000 naar ruim 800.000 in 2010. Na een jarenlange stijging is de instroom in de Wajong in 2011 afgenomen.


Mensen met gezondheidsbeperkingen komen moeilijk aan het werk
De arbeidsdeelname van gedeeltelijk arbeidsongeschikten nam in de periode 2002-2010 iets af van 60% naar 57%. Dit komt ondermeer doordat de gemiddelde leeftijd steeg en ouderen minder kansen hebben op de arbeidsmarkt. De arbeidsdeelname van volledig arbeidsongeschikten bleef in deze periode stabiel op 12%. Nederland neemt wat betreft de arbeidsdeelname van mensen met een langdurige aandoening ten opzichte van andere EU-landen een middenpositie in. De arbeidsparticipatie van gezonde mensen in Nederland behoort tot de hoogste van Europa.
Internationale positie van Nederland verbetert, maar uitgaven aan arbeidsongeschiktheid behoren tot de hoogste in Europa.
Gemiddeld over de 27 EU-landen steeg het aandeel werkenden dat zich in een jaar ziek meldt van 37% in 2000 naar 43% in 2010. In Nederland daalde dit aandeel van 52% naar 49%. Het aandeel arbeidsongeschikten in Nederland daalde ook, terwijl dat in de meeste EU-landen toenam. Het aandeel personen in de beroepsbevolking met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (8%) en de uitgaven van Nederland aan arbeidsongeschiktheid (2% van het BBP) zijn vergeleken met andere EU-landen echter nog steeds zeer hoog.
Financiële ondersteuning werkgevers heeft weinig effect
In de periode 2008-2010 nam 16% van de Nederlandse bedrijven bewust mensen uit kwetsbare groepen in dienst. Deze werkgevers zien het vooral als een sociale plicht om ook minder productieve mensen een plek te geven in hun bedrijf. Financiële tegemoetkomingen (loonkostensubsidies, premiekortingen etc.) hebben werkgevers nauwelijks kunnen overhalen meer mensen uit kwetsbare groepen in dienst te nemen. Wel willen werkgevers gecompenseerd worden voor de risico’s en kosten, zoals een mogelijk lagere productiviteit, extra begeleiding of aangepast meubilair.
Re-integreren of meer werken loont niet altijd
Voor de meeste (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten leidt werk tot meer inkomsten, ook als het maar om enkele uren gaat. Mensen die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn en recht hebben op WW verdienen echter nauwelijks meer als ze weer aan het werk gaan. Ook voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten met lagere inkomens loont het niet altijd om meer uren te gaan werken.
Mensen die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn en geen werkgever (meer) hebben, komen moeilijk weer aan het werk
Mensen die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, hebben geen recht op een WIA-uitkering. Begin 2010 bestond deze groep uit 100.000 personen. Zij komen moeilijk weer aan het werk. Toen ze voor de WIA werden gekeurd, had ruim de helft van deze arbeidsbeperkten al geen werkgever meer. Dit blijkt de re-integratie meer te belemmeren dan een lage opleiding, beperkte werkervaring of psycho-sociale problematiek.
Gezondheidsbeleving bepalend voor re-integratie
Werklozen die hun gezondheid als slecht of zeer slecht beleven, gaan veel minder vaak weer aan het werk dan mensen die zich goed gezond voelen. De beleving van de gezondheid blijkt ook voor mensen met beperkingen - de mensen met de echt zware beperkingen niet meegerekend - vaak meer van belang voor succesvolle re-integratie dan de aandoening zelf.

Thuis- en telewerken biedt mogelijkheden voor reductie verzuim
Het ziekteverzuim van werknemers die thuis- en telewerken is een half procentpunt lager dan dat van werknemers die dat niet doen. Bij arbeidsgehandicapten is het verschil meer dan 2 procentpunt. Ook werken mensen met een arbeidshandicap meer uren wanneer zij thuis- en telewerken. Thuis- en telewerken biedt dus enige mogelijkheden om het verzuim te reduceren en de arbeidsdeelname van mensen met een gezondheidsbeperking te vergroten.
SCP-publicatie 2012/17, Belemmerd aan het werk. Trendrapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsdeelname personen met gezondheidsbeperkingen, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, augustus 2012, ISBN 978 90 377 0616 1, prijs € 31,90.
De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet-)boekhandel of te downloaden/ bestellen via de website: www.scp.nl.
Bron : http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2012/Belemmerd_aan_het_werk
Deel dit artikel