2500 nieuwe registraties van minderjarigen in DNA-databank
- Categorie: Nieuwsberichten
- Gepubliceerd op vrijdag 27 april 2012 09:38
- Geschreven door Redactie
Uit het jaarverslag 2011 van de DNA-databank voor strafzaken blijkt dat er 17.313 jongeren in de DNA-databank staan geregistreerd voor een veroordeling uit hun jeugd. Op 31 december 2010 waren er 2500 minder, namelijk 14.800, DNA-profielen geregistreerd. Volgens Defence for Children maakt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden ten onrechte geen onderscheid tussen zaken van minderjarigen en zaken van volwassenen. Het op grote schaal afnemen en opslaan van DNA-materiaal bij minderjarigen die veroordeeld zijn voor een strafbaar feit is in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag. Als het DNA-profiel van een minderjarige wordt afgenomen en opgeslagen, moet altijd een zorgvuldige belangenafweging worden gemaakt.
Ongelijkheid
De Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) concludeerde in maart 2011 al dat er ongelijkheid is tussen minderjarigen en volwassenen bij de toepassing van de wet. Minderjarigen krijgen zelden een geldboete opgelegd en veel vaker een taakstraf. Voor een strafbaar feit waarvoor een geldboete wordt opgelegd, wordt geen DNA wordt afgenomen terwijl van de minderjarige die voor datzelfde lichte feit een werkstraf krijgt opgelegd, wel DNA wordt afgenomen.
Aparte bepaling nodig
Minderjarigen hebben het recht om te leren van hun fouten en moeten hun volwassenheid kunnen beginnen met een schone lei. Het is niet noodzakelijk en niet wenselijk dat jongeren jarenlang in een databank voor strafrechtelijk veroordeelden blijven staan voor een vergrijp uit hun jeugd. Om de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in overeenstemming te brengen met het recht op privacy uit het VN-Kinderrechtenverdrag is een aparte bepaling in de wet nodig voor minderjarigen. Uitgangspunt daarbij is dat de officier van justitie die een bevel tot DNA-afname van een minderjarige geeft, deze beslissing altijd goed motiveert en een individuele belangenafweging maakt. Daarbij moet rekening worden gehouden met leeftijd, de aard en omstandigheden van het delict en het reële recidivegevaar. Alleen in uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een door een minderjarige gepleegd ernstig gewelddadig delict, kunnen een inbreuk op de privacy en DNA-afname gerechtvaardigd zijn.
Onderzoek
Naar aanleiding van de signalen van Defence for Children en de RSJ zijn door de PvdA in juni 2011 Kamervragen gesteld. Staatssecretaris Teeven heeft vlak daarna toegezegd onderzoek te zullen doen naar de vraag of er sprake is van een ongelijke behandeling van minderjarigen en of zij benadeeld worden door de wet. De resultaten van dit onderzoek zijn tot op heden niet bekend gemaakt.
Klik hier voor het jaarverslag van de DNA databank voor strafzaken.
Klik hier voor de cijfers uit het jaarverslag 2010.
Klik hier voor het rapport ''Het jeugdstrafproces. Toekomstbestendig'' van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Bron : http://www.defenceforchildren.nl/p/21/2317/mo89-mc21


