Mannen over partnergeweld en vaderschap
- Categorie: Nieuwsberichten
- Gepubliceerd op zaterdag 31 maart 2012 11:13
- Geschreven door Redactie
Wat vinden mannen van geweld in hun relatie, hoe kijken zij aan tegen hun vaderrol, welke waarden willen zij hun kinderen meegeven? En hebben zij behoefte aan ondersteuning? 26 mannen vertellen in deze publicatie over hun jeugd, geweld in de relatie en hun opvoedingsidealen.
Goed vaderschap staat niet los van goed partnerschap. Reflectie op het eigen handelen is een voorwaarde daartoe. Dit ontbreekt nogal eens onder mannen die geweld plegen in hun relatie, zo blijkt ook uit dit onderzoek. Maar ook komt naar voren dat het vaderschap de motor kan zijn tot zelfverandering. Juist omdat mannen hun vaderrol willen uitoefenen en contact willen met hun kinderen, kunnen ze ander gedrag aanleren. Tegelijkertijd blijkt dat niet iedere man voldoende veiligheid kan bieden aan zijn kinderen. Dat staat een vaderrol in de weg. Voor de komende jaren is het de uitdaging om mannen die geweld plegen in hun relatie te motiveren tot reflectie en het nemen van verantwoordelijkheid als vader - en als partner.
Mannen die geweld gebruiken in een relatie realiseren zich vaak niet dat dit schadelijk kan zijn voor het gedrag en de gezondheid van de kinderen, op korte en lange termijn. Dit blijkt uit het onderzoek Vaderschap na partnergeweld dat het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de G4 uitvoerde naar vaderschap binnen een gewelddadig gezinsverband in Nederland. Onderzoek naar vaderschap binnen een gewelddadig gezinsverband in Nederland is vrij nieuw. Voor dit verkennende onderzoek zijn 26 mannen van vijf verschillende etnische achtergronden geïnterviewd over geweld in de relatie, opvoeding en hulpverlening.
Van de geïnterviewde mannen verklaart een meerderheid dat zij de enige in de relatie zijn die slaan; bij een klein deel schelden en slaan beide partners. Schaamte voor het geweld is er vooral bij Nederlandse mannen en tweedegeneratie allochtone mannen. Turkse en Marokkaanse mannen van de eerste generatie lijken zich eerder te schamen voor het eerverlies.
Het slaan van kinderen komt bij ongeveer de helft van alle ondervraagde mannen voor, ongeacht hun etnische achtergrond. De meeste mannen beseffen nauwelijks dat geweld tegen de partner schadelijk is voor de kinderen. Verder belicht het onderzoek nog enkele verschillen tussen etnische groepen, zoals het hechten aan conformiteit tegenover ruimte aan autonomie van het kind, en verschillen in meer praten in plaats van straffen.
Uit het onderzoek blijkt verder dat mannen die geweld gebruiken in een relatie de aanleiding (en verantwoordelijkheid) hiervoor doorgaans buiten henzelf leggen. Hulp of steun zoeken ze pas na externe druk en niet snel uit eigen beweging. Een stimulans kan zijn om aan te sluiten bij hun eigen belevingswereld en de sociale context of gemeenschap. Dit kan samenhangen met etnische achtergrond, maar ook met de vraag of het geweld meer situationeel is bepaald of dat er sprake is van persoonlijkheidsstoornissen.
Het onderzoek is verricht in opdracht van de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht in vervolg op het onderzoek Opvoeden na partnergeweld. Ondersteuning van moeders en jongeren van diverse afkomst (2011).
(De etnische achtergrond van de geïnterviewde mannen is als volgt: Nederlands (8), Surinaams (2), Antilliaans (1), Turks (7) en Marokkaans (8). De allochtone mannen zijn in meerderheid van de eerste generatie. De leeftijd varieert van 29 jaar oud tot 62 jaar. Het is geen representatieve groep.)


